dinsdag 23 augustus 2016

Me with a wig

In een grote volledig witte zaal ligt een roze vloerkleed, waarop spierwitte olifantenskeletten staan. Als ik dichterbij kom, zie ik dat de olifanten een bizarre anatomie hebben. De een heeft drie slurven in de vorm van orgelpijpen, bij een ander ontbreekt juist de slurf. Na een tijdje te hebben staan kijken, begint een van de olifanten opeens geluid te maken. Het is een droevig geluid. Dan zie ik dat er twee glazen kannen naast hem staan, waar hij met slangetjes aan verbonden is. Langzaam drupt er water in de kannen. De olifant huilt en hoewel het maar een beeld is en ook nog eens een zeer vervreemdend beeld, heb ik even het gevoel dat het een levend wezen is. Na deze olifant beginnen de andere geluid te maken. Elke olifant heeft zijn eigen geluid.

Het is een kunstwerk van Marguerite Humeau. Ik ben in het Palais de Tokyo. Dit museum van hedendaagse kunst is misschien wel mijn favoriete museum in Parijs. Het is moeilijk om zoiets te beweren in de stad van het Louvre, maar mijn enthousiasme wil zich uiten in overdrijvingen. En wie wordt niet enthousiast van een museum dat pas om middernacht sluit?

In mijn blogs wek ik wellicht wel eens de indruk dat de hedendaagse kunst die pretendeert avant-gardistisch te zijn, niet aan me is besteed. Ik ben het maar gedeeltelijk eens met de uitspraak “Alles is kunst” en dan laat ik de kunstenaars die van niets kunst maken, nog buiten beschouwing. Neem bijvoorbeeld de expositie van David Ryan en Jêrome Joy in het Palais de Tokyo, die de toepasselijke titel “Nothing at all” draagt. Het werk gaat over een imaginaire figuur die voor zijn beroep klavertjes-vier-zoeker is. We zien foto's en voorwerpen uit diens leven. Dit is allemaal uiteraard heel poëtisch en een metafoor voor de zoektocht naar geluk en na vijf minuten vlucht ik de zaal uit. Het is naar mijn idee niet veel meer dan mystificatie en wat veel erger is: nogal humorloos. Natuurlijk erg makkelijk om daar een vermakelijk blog over te schrijven, maar vandaag ben ik een jubelend kind en geen zeurende grijsaard.

Wat het Palais de Tokyo zo bijzonder maakt, is dat het gebouw zich vanbinnen naar de kunst vormt, die het huist. In een van de zalen veranderen de pilaren en balken die het gebouw ondersteunen in bomen die in elkaar verstrengeld zitten. Dit kunstwerk van Henrique Oliviera fascineert me zeer, aangezien de combinatie van natuur en architectuur ook een belangrijk thema is in mijn werk. In een andere zaal heeft Martin Soto Climent de ruimte gevuld door een netwerk van panty's dat mij doet denken aan synaptische verbindingen in de hersenen. Dit heeft niet echt raakvlakken met mijn werk, maar het is best wel cool.

Maar dat is nog niets vergeleken met de tempel van Shana Moulton, een gebouw binnen een gebouw. Als ik de tempel die door twee sphynxen wordt bewaakt, binnentreed, beginnen de sphynxen Total Eclipse of the heart te zingen en zie ik de worsteling van een vrouw met prikkelbaredarmsyndroom in een op vrouwen gerichte reclamewereld die langzaam uit elkaar valt in meditatiegolven.
Voor wie dit verwarrend vindt, kunnen de woorden van de kunstenares zelf misschien wat duidelijkheid verschaffen: “The main focus in the videoperformance is the alter-ego that I work with, named Cynthia. She's not so much of a separate character, she's more just me with a wig.”

Ik wil haar zoenen!







2 opmerkingen: