vrijdag 17 juni 2016

Water

Er stroomt een beekje in ons trappenhuis. Hij begint op de derde verdieping bij een kapotte waterleiding en hij stroomt deels buitenom en deels langs de trap naar beneden. Mijn schoenen maken een zompig geluid als ik naar beneden loop. Op de tweede verdieping regent het. Buiten zegt de mevrouw die alles regelt: “Ze zouden vanmorgen komen.”
Met mijn schilderskoffer en ezel om mijn schouder en een groot bord op mijn rug, loop ik richting Canal st. Martin, sinds kort mijn vaste plekje om te schilderen. Het is maar lastig manoeuvreren met dat bord op mijn rug en als ik langs de prostituees kom, komt er net een groep nonnen aan van de andere kant, zodat ik me zijwaarts tussen de nonnen en de hoeren door moet wurmen. Was ik maar bijgelovig, dan had ik misschien rechtsomkeert gemaakt.
Nu zit ik te schilderen aan het kanaal als het begint te regenen. Het begint met wat drupjes die verdampen in de zon. Ik lach vriendelijk naar de mensen die mij vreemd aankijken terwijl ze staan te schuilen onder de luifels van een restaurant. Maar de regen lacht naar mij en ze buldert van het lachen, terwijl er stromen speeksel uit haar mond vliegen. Op de schilderskoffer die ik gebruik als palet, ligt al snel een laag water, zodat ik bij het mengen meer water verplaats dan verf. Op het schilderij zoeken de regendruppels angstig naar een plekje waar mijn kwast nog niet is geweest.
Een man die niet bang lijkt voor de regen, loopt achter mij langs. “Eerst is het lente, dan is het zomer, vijf minuten later is het herfst en nu is het winter!”, zegt hij.
Hij heeft gelijk, ik krijg het plotseling heel koud. Ik moet heen en weer lopen om op te warmen en springen. Als ik weer ga schilderen, heb ik geen geduld meer voor de kwasten. Dan maar met het paletmes. De verf spat in het rond en als ik klaar ben, zit het overal, op mijn armen, op mijn gezicht en ook een beetje op het doek.
Thuis is het lastig manoeuvreren door het trappenhuis met het bord waar nu een nat schilderij op zit en het valt me niet op dat het beekje op de derde verdieping is gestopt met stromen. Pas als ik mijn handen wil wassen en de kraan opendraai en er geen water uit komt, gaat er een lampje branden. Uitgeput en dorstig, val ik op de bank. Ik vervloek de regen en Parijs en het leven. Als Sandrien 's avonds laat thuiskomt, zegt ze lieve woordjes, zoals: “Ach, dan drinken we toch bier.” En alles is weer goed.

1 opmerking:

  1. Mooi schilderij geworden Gaai. Misschien heb je per ongeluk een nieuwe techniek uitgevonden 'a la pleure', of zo.

    BeantwoordenVerwijderen