zaterdag 11 juni 2016

De stoel

Midden in de ruimte staat op een houten platform de stoel. Het is een grote leren stoel met een veiligheidsbeugel als bij een achtbaan. “That's quite intimidating.”, zeg ik grappend. Matthieu antwoordt droog: “No, it's not.” “You can sit on the chair now”, mompelt hij. Ik ga op de stoel zitten. Hij geeft me een bedieningspaneel. Als ik aan een knopje draai, begint de stoel om zijn as te draaien. Hoe verder ik het knopje draai, hoe sneller de stoel draait. “Try to stop the chair. That's important, as it will be more difficult when you're blindfolded.”
Ik doe mee aan een experiment. Er is echter een technisch probleem en meer dan een paar proefrondjes op de stoel zit er vandaag niet in. Terwijl hij een hamburger eet, staart Matthieu, de wetenschapper, nog een kwartier naar het laadscherm van een Iphone die kennelijk essentieel is voor het experiment, voordat hij mompelt dat ik naar huis kan gaan. Ik daal de veertien trappen af en verlaat de universiteit.
Dezelfde vuilnismannen en een vuilnisvrouw die ik op de heenweg zag, zie ik amper twee straten verder bezig de overvolle bakjes te legen. Door de stakingen liggen de straten vol met afval, maar nu het EK is begonnen, wordt het toch maar opgehaald. Ik heb wel medelijden met de vuilnismannen, maar ik denk ook met enige nostalgie aan de dag dat ik in mijn eentje 23 ton ophaalde.
De bergen afval staan in schril contrast met de antiquairs in Quartier Latin. Het zijn niet het soort met zilveren theelepeltjes en antieke bureaus. Deze antiquairs verkopen echte kunst. Er is zoveel te zien: wandkleden die eruit zien als schilderijen, een stoel met een eiffeltorenconstructie, een drie meter hoge, gouden giraffe etc. Ik durf deze winkels niet naar binnen te gaan en loop maar verder.
Als ik de Seine oversteek over de Pont des Arts kom ik langs de beelden van Daniel Hourdé. Zijn beelden gaan over hemel en hel. Een draagt ook de titel: Le paradis est un enfer. Het lijkt wel alsof de kunstenaar moeite heeft met het maken van keuzes en daarom maar geen keuze heeft gemaakt. Een gebarsten, zilveren Venus met een masker van een hertenschedel staat voor een vallende man die worstelt met een duivel van pluche, alles weerspiegeld in een metalen boom. “Don't sit here.”, staat op het houten platform onder de beelden. Er zit een stelletje naast met een fles witte wijn en een baguette.
Op een kleedje op de rue Montmartre zit een moeder met drie jonge dochters. Even denk ik dat een van de dochters, een peutertje, niet meer leeft. Ze ligt in de brandende zon te slapen en ze ligt er zo dramatisch bij met haar armen en benen naar alle kanten uitgestrekt op het felrode kleedje, dat de hele scène zo uit een schilderij van Delacroix lijkt te komen. Ik betrap me erop dat ik als schilder naar het dakloze gezin kijk.
Verderop zit nog een gezin op een kleedje op de grond. De moeder geeft borstvoeding aan haar jonge baby. Een jongentje, ook niet ouder dan drie, heeft vreemde wondjes op zijn gezicht.
Thuis ga ik even zitten om vervolgens met mijn schildersspullen weer te vertrekken. Ik volg de Rue de Saint Martin naar het Canal Saint Martin.
Bij de Porte Saint Martin zijn vier vrouwen aan het badmintonnen. De zwerver die tegen de poort zit volgt de pluim door de lucht, als een toeschouwer bij Roland Garros.
Langs het kanaal zitten veel Fransen wijn te drinken en te genieten van de zon. Het is een rustige plek. Ik leg mijn papier op de grond en begin te schilderen. Ik heb een ongemakkelijke houding om te schilderen en ik ben het gereedschap vergeten om mijn ezel op te zetten, maar als ik af en toe ga staan, gaat het heel aardig. Als het schilderij redelijk af is en mijn benen volledig gevoelloos zijn, loop ik weer naar huis. Thuis was ik de olieverf van mijn armen en gezicht en val uitgeput op de bank.
Het is vreemd hoe ik vandaag meer heb gedaan dan in de afgelopen week en dat terwijl ik zeker drie uur door de stad heb gelopen. Maar het is juist ook dat lopen dat me zoveel energie geeft. Het is het zittend bestaan dat ervoor zorgt dat dagen veel te snel voorbij gaan. Dit is geen nieuw besef voor mij, maar het is zo contra-intuïtief dat ik het steeds weer lijk te vergeten.
Het is ook dat zittend bestaan wat me zo verdrietig maakt als ik de daklozen van Parijs zie. Het niets te doen hebben. En het beeld van dat peutermeisje dat midden op de dag lag te slapen, zal ik niet snel vergeten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen