donderdag 5 mei 2016

Blabla of bla?

Terwijl ik dit schrijf, zie ik bloeiende koolzaadvelden aan mij voorbijtrekken en luister ik naar de chauffeur die een geanimeerd telefoongesprek voert. “Cinq, quarante euro? C’est enorme ca!” Aboubacar heet hij. Hij rijdt van Nederland naar Parijs. Zijn vrouw is Nederlands, maar hij spreekt alleen Frans soms vermengd met een taal die ik niet kan thuisbrengen. Via de website Blablacar konden Sandrien en ik een stoel in zijn auto reserveren, "covoiturage". We moesten aangeven hoeveel we praten in de auto. Ben je bla, blabla, of blablabla? Er rijdt nog een jongen mee die geen Frans, Engels of Nederlands spreekt. Hij is duidelijk bla. Deze manier van reizen is veel goedkoper dan de trein en meestal ook veel sneller dan de bus.

Mijn eerste reis met Blablacar gaat niet zo snel. Ik rijd mee met Bijay, een Hindoestaanse man die een groot deel van zijn leven op Mauritius heeft doorgebracht, maar nu al jaren in Rotterdam woont en een echte Rotterdammer is geworden. “Maar ik zeg niet tegen m’n vrienden dat ik fan van Ajax ben.” Bijay heeft niet veel te zoeken in Parijs. Hij heeft een kleine bus van Connexxion gekocht. “Ik laat de stickers er mooi op, want zo lopen de parkeerwachters aan mijn auto voorbij.” In die bus rijdt hij op en neer om zo wat geld te verdienen. Het doet me heel sterk denken aan Tadzjikistan, hoe hij zijn bestaan bij elkaar scharrelt. Daar was elke autobezitter tegelijk taxichauffeur, want waarom ook niet?

Bijay is een echte sjacheraar. Zo heeft hij ook een invalidekaart, omdat zijn auto in principe invaliden zou kunnen vervoeren. Met deze kaart kan hij gratis parkeren in Parijs en goedkoper rijden op de Péage. Af en toe roept hij mijn naam en begint dan ergens over te praten. “Hé Gaaike, Ik heb een bouwbedrijf gehad weet je, we deden alles, van de beste architecten hè, maar op een gegeven moment had ik daar genoeg mee verdiend.” Ik vraag me af of dit het hele verhaal is. “Ik ben ook DJ geweest hè: Bijay de Deejay. En nu wil ik een kroeg in Parijs. Met goedkoop bier weet je, voor de studenten: 2,50/3 euro.” Bijay wordt helemaal gelukkig als hij over zijn zoon praat. “Ik breng hem elk weekend naar kickboxen. En je moet hem niet boos maken hoor. Ook familie hè. Als je aan zijn familie zit, dan pakt hij je.” Ik vraag hem hoe oud zijn zoon is. “Hij is net elf geworden. Ik heb zo’n groot feest gegeven. Ik heb de hele week op en neer gereden en toen een groot feest gegeven, met palmbomen en alles, helemaal in de stijl van Mauritius. Ze hadden nog nooit zoiets gezien.”

Een van de medepassagiers is een Franse man, die geen Engels spreekt. Bijay maakt zich zorgen dat de man niet op zijn bestemming komt en ik moet de treinen uitzoeken, vanaf Breda, vanaf Rotterdam. Uiteindelijk besluit hij hem af te zetten op een kleiner station bij Breda. Ik zeg tegen Bijay dat er vanaf dit station vandaag geen treinen rijden. Hij loopt naar de automaat om een kaartje te kopen. “Je kunt alleen met munten kopen, wat idioot!” Ik stel voor voor de Fransman te pinnen, maar Bijay is al euromunten aan het verzamelen. Na met alle passagiers te hebben geruild, totdat niemand meer precies weet hoeveel geld hij bij zich had, heeft hij het kaartje gekocht. Als Bijay de Fransman naar het juiste spoor wil brengen, ontdekt hij dat er geen treinen rijden. “Ok, dan gaan we naar Breda!”, zegt hij weer even vastberaden.

In Breda kunnen we de Fransman eindelijk op de trein zetten en Bijay zegt: “Kijk, zo ben ik nou. Ik laat mensen er niet gewoon uit hè. Ik rijd ze tot op de stoep en help ze uitladen.” Het is inmiddels drie uur later dan ik dacht aan te komen, maar het is goed. Ik heb een leuke dag gehad.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen