vrijdag 6 mei 2016

Apen en mensenbaby's

Op een avond komen collega's van Sandrien bij ons op bezoek om bordspelletjes te spelen. Ze zijn net als Sandrien internationale postdocs. Ze komen uit ItaliĆ« en Griekenland. Als het later op de avond wordt en we meer hebben gedronken, gaan ze vanzelf over op het Italiaans. Een van de collega's, Matteo, is bijzonder gecharmeerd van ons konijn. 
Matteo vertelt dat hij in een apenlab heeft gewerkt. Het straalt van hem af dat dat geen fijne ervaring was. “De meeste tijd zijn ze daar bezig om te zorgen dat de apen niet bang zijn.” Tijdens de experimenten worden de hoofden van de apen namelijk vastgezet, zodat er een elektrode direct in de hersenen kan worden geplaatst. De reden dat experimenten met apen niet op dezelfde manier worden gedaan als die met mensen is, volgens Matteo, omdat je dan meer ruis in de data hebt. “Maar een bange aap leert veel minder snel, dus het is maar de vraag of deze manier beter is. Het is maar wat je prioriteiten zijn. In het apenlab is de prioriteit om de data zo zuiver mogelijk te houden. Ik kreeg er een baan aangeboden, maar ik hoefde daar niet over na te denken. Daar wil ik niet weer werken.”
Als ik die week Sandriens werk bezoek, om daar Game of Thrones te kijken, verwacht ik dezelfde collega's terug te zien. Dit is niet het geval. Ik kom in een donker vergaderzaaltje, waar op groot scherm net een man van een brug wordt gegooid. “Did he feed the baby to the dogs?”, vraagt Sandrien. “Yes”, antwoordt een collega. “Would you like a beer?” Speciaal voor mij wordt de aflevering weer teruggezet naar het begin en vervolgens kijken we ook nog de eerste aflevering van het nieuwe seizoen.
Als iedereen behalve ik de afleveringen twee keer heeft gezien,  is het al laat en het grote gebouw is stil en verlaten. Het voelt een beetje alsof we inbreken als we in het donker naar Sandriens kantoor lopen. “Ruik je de muizen?”, vraagt ze. De stank van het muizenlab komt zeker boven de ziekenhuislucht uit. Op een andere verdieping laat Sandrien het babylab zien. Ik word meteen vrolijk als ik van de steriele, kale zalen in het babylab kom. Bij lab had ik niet gedacht aan een ruimte gevuld met vrolijke tekeningen en knuffels. De testruimte is wel een kaal hokje, maar tijdens de experimenten kunnen de mensenbaby's gewoon bij hun moeder op schoot zitten, al moet die een koptelefoon dragen met muziek om te voorkomen dat ze haar kind onbewust stuurt. Na het experiment krijgen de ouders een diploma voor hun baby.
Met Hemelvaart, een vakantiedag voor de Fransen, is het gebouw gesloten. Wij gaan naar Parc de Sceaux, een enorm park dat is opgericht door Colbert, de grote man onder Lodewijk XIV. Het park is typisch Frans: alle bomen zijn rechthoekig en alle struiken kegelvormig. De uitgestrekt heuvels met grasveldjes en fonteintjes blijken vooral populair onder jonge gezinnetjes en terwijl wij in de zon verbranden, kijken we hoe peuters struikelen over hun eigen voeten. Sandrien ziet er gelukkig uit. De spanning die door haar werk, of door de grote stad, in haar gezicht was gaan wonen, is even verdwenen. Ik kan de netheid en rechtlijnigheid van dit park juist niet goed verdragen en nadat we alle vierkante kastanjebomen hebben gefotografeerd, moet ik weg.
We komen echter van de regen in drup. Het dorp Sceaux blijkt nog schoner en rechter dan het park. Het is echt een dorp voor pensionado's en jonge gezinnetjes. Zonder dat je het doorhebt, loop je weer een of ander park in of sta je in een keurig rechte rij voor een ijscokraam. Er zijn ook veel chocolatiers. In een van de etalages trekt een vrij wanordelijke hoop chocolade mijn aandacht. Het is een levensgrote Oerang Oetan, gebeeldhouwd uit chocola.










Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen