dinsdag 24 mei 2016

Youtube

Dus ik ben bezig met Youtube. Ik heb een paar filmpjes gemaakt en heb het plan opgevat om een volledige serie te maken. Het is nog zoeken naar de juiste manier om een tekenles in een youtubefilmpje te vatten, maar het eerste filmpje staat op internet en is te vinden via deze link:


In de Tutorial-serie begin ik met twee verschillende benaderingen van hetzelfde onderwerp. In de eerste aflevering heb ik een lijntekening gemaakt. In de tweede aflevering maak ik weer een portret, maar nu bouw ik het op vanuit de vlakken. Deze verschillende benaderingen (lineair/picturaal) vragen van de kunstenaar een verschillende manier van kijken.
Een lijn kan een contrast, een vorm, of een volume aangeven. Vlakken kunnen voornamelijk vlakken beschrijven en wanneer je niet gewend bent om vanuit vlakken te werken, voelt het alsof je hier niet alles mee kunt wat je wilt. Deze methode dwingt je om een onderwerp te benaderen vanuit de negatieve ruimte, de ruimte om de figuur. Ook dwingt deze methode je om van groot naar klein te werken. Details kunnen alleen langzaam uit de vlakken naar voren komen. En aangezien details de grootste valkuil vormen voor beginnende tekenaars, is het voor hen vaak beter om vanuit de vlakken te werken.
Het is natuurlijk zo dat deze verschillende methodes vaak gecombineerd worden, maar het is goed om te beseffen hoe wezenlijk verschillend ze zijn.
Vergeef me deze uitweiding. Ik weet niet waarom ik dit allemaal vertel, maar het staat er nu eenmaal, dus ja...

Waarom maak ik een Youtube-serie? Misschien moet ik dat vertellen. Ik wil graag lesgeven en op deze manier zijn mijn lessen voor iedereen gratis toegankelijk. Dat is het eigenlijk. Een youtubeserie zal nooit een alternatief kunnen zijn voor een kunstopleiding, al is het alleen omdat de bovenstaande tekst al te uitgebreid is om in een filmpje te proppen. Maar ik hoop wel dat mijn serie, wanneer die compleet is, een mooie introductie kan zijn in de wondere wereld van de schilderkunst.

maandag 9 mei 2016

Waar vind je hier kunst?

Ons konijn heeft geen hooi meer. Al twee dagen ben ik op zoek naar hooi. Gisteren loop ik helemaal naar de Rue des Archives, maar vind daar slechts een dierenwinkel die alleen voor honden en katten is. Ik loop toevallig ook tegen een galerie in een oude kloostergang aan. Tussen de pilaren hangen foto's waar figuren in zijn getekend. Er wordt muziek gedraaid.
Ik heb deze blog niet getiteld met “Waar vind je hier hooi?”, omdat die vraag een stuk moeilijker te beantwoorden is. In tegenstelling tot dierenwinkels, vind je kunst overal. Er zijn talloze musea, waar ik al aardig wat van heb bezocht, maar ook buiten de musea vind je veel kunst.
Er is natuurlijk de Streetart. De mozaïekkunst van Space Invader, de foto's van Nojnoma die je van elke straathoek schaapachtig aanstaart, maar ook mooier werk, zoals de hoofdjes van Gregos, waarvan er eentje in onze straat hangt.
Andere kunst leeft op straat. Op weg naar Sandriens werk, kom je langs een dakloze kunstenaar. Minstens twintig schilderijen staan tegen een gevel van een gebouw en zijn slaapzakje ligt ernaast. Een Duitse collega van Sandrien heeft een schilderij van hem gekregen. Op haar werk gekomen, zag ze dat het een doorsnede van de geslachtsgemeenschap voorstelde.
Tegen een muur van een sporthal heeft een kunstenaar zijn atelier ingericht. Hij is daar bijna altijd aan het werk. Hij maakt inkttekeningen. In de sporthal zelf is een expositie van kunstenaars uit de Marais. Een van hen maakt modellen uit papier met enkel een schaar. Zijn werk lijkt sterk op dat van Matisse, maar hij knipt het papier zo, dat het nog steeds een geheel vormt. Een andere kunstenaar schildert portretten op doorzichtig linnen. Er bevinden zich in sommige werken wel vijf van zulke portretten achter elkaar en ze lijken het complexe karakter van de mens te verbeelden.
Achter een poort zie ik een grote, bronzen borst. “Laten we hier even kijken”, zeg ik tegen Sandrien. De borst is van Balduccini, van wie Sandrien eerder een duim had gezien in La Defense. “Deze expositie is niet geschikt voor de gevoelige kinderogen.”, staat op een bordje bij de ingang van de galerie. De expositie blijkt voornamelijk te bestaan uit tekeningen van piemels, niet echt iets wat kinderen vreemd is. Er is een vrij pornografische foto van een vrouw die haar benen spreidt, maar niets wereldschokkends. Teleurgesteld verlaten we de galerie weer.
Indrukwekkender is 104 (Centquatre). Sandrien en ik bekijken hier eerst een interessante foto-expositie van verschillende kunstenaars, maar deze ervaring wordt volledig overschaduwd door de volgende ruimte die we betreden. In een grote overdekte zaal, zijn overal groepjes dansers en andere performers aan het oefenen. Er staan spiegels waarin individuele dansers hun eigen bewegingen kunnen volgen, maar de meesten staan in een groepje en laten een voor een zien wat ze kunnen, om vervolgens elkaar aan te moedigen. Een man probeert een golfclub op zijn neus te balanceren om deze vervolgens over zijn arm te laten dansen. Een andere man jongleert met zes ballen. Breakdancers bewegen als tollen over de grond.
Wij liggen de rest van de dag in strandstoelen in de zon te kijken naar een groepje dansers die bewegen als robots. We zijn volmaakt gelukkig. Zelfs als je niet kunt dansen (en ik kan echt niet dansen), kun je niet ongevoelig blijven voor de sfeer in deze ruimte. Het is geen school, maar gewoon een ruimte die vrij toegankelijk is voor iedereen, maar toch is de ruimte gevuld met energie en de wil om van elkaar te leren. Als kunst ergens op z'n plaats is, dan is het hier.
En oh ja, ik heb het hooi gevonden. Het konijn ligt inmiddels languit op een bed van hooi en ziet er volmaakt gelukkig uit.



vrijdag 6 mei 2016

Apen en mensenbaby's

Op een avond komen collega's van Sandrien bij ons op bezoek om bordspelletjes te spelen. Ze zijn net als Sandrien internationale postdocs. Ze komen uit Italië en Griekenland. Als het later op de avond wordt en we meer hebben gedronken, gaan ze vanzelf over op het Italiaans. Een van de collega's, Matteo, is bijzonder gecharmeerd van ons konijn. 
Matteo vertelt dat hij in een apenlab heeft gewerkt. Het straalt van hem af dat dat geen fijne ervaring was. “De meeste tijd zijn ze daar bezig om te zorgen dat de apen niet bang zijn.” Tijdens de experimenten worden de hoofden van de apen namelijk vastgezet, zodat er een elektrode direct in de hersenen kan worden geplaatst. De reden dat experimenten met apen niet op dezelfde manier worden gedaan als die met mensen is, volgens Matteo, omdat je dan meer ruis in de data hebt. “Maar een bange aap leert veel minder snel, dus het is maar de vraag of deze manier beter is. Het is maar wat je prioriteiten zijn. In het apenlab is de prioriteit om de data zo zuiver mogelijk te houden. Ik kreeg er een baan aangeboden, maar ik hoefde daar niet over na te denken. Daar wil ik niet weer werken.”
Als ik die week Sandriens werk bezoek, om daar Game of Thrones te kijken, verwacht ik dezelfde collega's terug te zien. Dit is niet het geval. Ik kom in een donker vergaderzaaltje, waar op groot scherm net een man van een brug wordt gegooid. “Did he feed the baby to the dogs?”, vraagt Sandrien. “Yes”, antwoordt een collega. “Would you like a beer?” Speciaal voor mij wordt de aflevering weer teruggezet naar het begin en vervolgens kijken we ook nog de eerste aflevering van het nieuwe seizoen.
Als iedereen behalve ik de afleveringen twee keer heeft gezien,  is het al laat en het grote gebouw is stil en verlaten. Het voelt een beetje alsof we inbreken als we in het donker naar Sandriens kantoor lopen. “Ruik je de muizen?”, vraagt ze. De stank van het muizenlab komt zeker boven de ziekenhuislucht uit. Op een andere verdieping laat Sandrien het babylab zien. Ik word meteen vrolijk als ik van de steriele, kale zalen in het babylab kom. Bij lab had ik niet gedacht aan een ruimte gevuld met vrolijke tekeningen en knuffels. De testruimte is wel een kaal hokje, maar tijdens de experimenten kunnen de mensenbaby's gewoon bij hun moeder op schoot zitten, al moet die een koptelefoon dragen met muziek om te voorkomen dat ze haar kind onbewust stuurt. Na het experiment krijgen de ouders een diploma voor hun baby.
Met Hemelvaart, een vakantiedag voor de Fransen, is het gebouw gesloten. Wij gaan naar Parc de Sceaux, een enorm park dat is opgericht door Colbert, de grote man onder Lodewijk XIV. Het park is typisch Frans: alle bomen zijn rechthoekig en alle struiken kegelvormig. De uitgestrekt heuvels met grasveldjes en fonteintjes blijken vooral populair onder jonge gezinnetjes en terwijl wij in de zon verbranden, kijken we hoe peuters struikelen over hun eigen voeten. Sandrien ziet er gelukkig uit. De spanning die door haar werk, of door de grote stad, in haar gezicht was gaan wonen, is even verdwenen. Ik kan de netheid en rechtlijnigheid van dit park juist niet goed verdragen en nadat we alle vierkante kastanjebomen hebben gefotografeerd, moet ik weg.
We komen echter van de regen in drup. Het dorp Sceaux blijkt nog schoner en rechter dan het park. Het is echt een dorp voor pensionado's en jonge gezinnetjes. Zonder dat je het doorhebt, loop je weer een of ander park in of sta je in een keurig rechte rij voor een ijscokraam. Er zijn ook veel chocolatiers. In een van de etalages trekt een vrij wanordelijke hoop chocolade mijn aandacht. Het is een levensgrote Oerang Oetan, gebeeldhouwd uit chocola.










donderdag 5 mei 2016

Blabla of bla?

Terwijl ik dit schrijf, zie ik bloeiende koolzaadvelden aan mij voorbijtrekken en luister ik naar de chauffeur die een geanimeerd telefoongesprek voert. “Cinq, quarante euro? C’est enorme ca!” Aboubacar heet hij. Hij rijdt van Nederland naar Parijs. Zijn vrouw is Nederlands, maar hij spreekt alleen Frans soms vermengd met een taal die ik niet kan thuisbrengen. Via de website Blablacar konden Sandrien en ik een stoel in zijn auto reserveren, "covoiturage". We moesten aangeven hoeveel we praten in de auto. Ben je bla, blabla, of blablabla? Er rijdt nog een jongen mee die geen Frans, Engels of Nederlands spreekt. Hij is duidelijk bla. Deze manier van reizen is veel goedkoper dan de trein en meestal ook veel sneller dan de bus.

Mijn eerste reis met Blablacar gaat niet zo snel. Ik rijd mee met Bijay, een Hindoestaanse man die een groot deel van zijn leven op Mauritius heeft doorgebracht, maar nu al jaren in Rotterdam woont en een echte Rotterdammer is geworden. “Maar ik zeg niet tegen m’n vrienden dat ik fan van Ajax ben.” Bijay heeft niet veel te zoeken in Parijs. Hij heeft een kleine bus van Connexxion gekocht. “Ik laat de stickers er mooi op, want zo lopen de parkeerwachters aan mijn auto voorbij.” In die bus rijdt hij op en neer om zo wat geld te verdienen. Het doet me heel sterk denken aan Tadzjikistan, hoe hij zijn bestaan bij elkaar scharrelt. Daar was elke autobezitter tegelijk taxichauffeur, want waarom ook niet?

Bijay is een echte sjacheraar. Zo heeft hij ook een invalidekaart, omdat zijn auto in principe invaliden zou kunnen vervoeren. Met deze kaart kan hij gratis parkeren in Parijs en goedkoper rijden op de Péage. Af en toe roept hij mijn naam en begint dan ergens over te praten. “Hé Gaaike, Ik heb een bouwbedrijf gehad weet je, we deden alles, van de beste architecten hè, maar op een gegeven moment had ik daar genoeg mee verdiend.” Ik vraag me af of dit het hele verhaal is. “Ik ben ook DJ geweest hè: Bijay de Deejay. En nu wil ik een kroeg in Parijs. Met goedkoop bier weet je, voor de studenten: 2,50/3 euro.” Bijay wordt helemaal gelukkig als hij over zijn zoon praat. “Ik breng hem elk weekend naar kickboxen. En je moet hem niet boos maken hoor. Ook familie hè. Als je aan zijn familie zit, dan pakt hij je.” Ik vraag hem hoe oud zijn zoon is. “Hij is net elf geworden. Ik heb zo’n groot feest gegeven. Ik heb de hele week op en neer gereden en toen een groot feest gegeven, met palmbomen en alles, helemaal in de stijl van Mauritius. Ze hadden nog nooit zoiets gezien.”

Een van de medepassagiers is een Franse man, die geen Engels spreekt. Bijay maakt zich zorgen dat de man niet op zijn bestemming komt en ik moet de treinen uitzoeken, vanaf Breda, vanaf Rotterdam. Uiteindelijk besluit hij hem af te zetten op een kleiner station bij Breda. Ik zeg tegen Bijay dat er vanaf dit station vandaag geen treinen rijden. Hij loopt naar de automaat om een kaartje te kopen. “Je kunt alleen met munten kopen, wat idioot!” Ik stel voor voor de Fransman te pinnen, maar Bijay is al euromunten aan het verzamelen. Na met alle passagiers te hebben geruild, totdat niemand meer precies weet hoeveel geld hij bij zich had, heeft hij het kaartje gekocht. Als Bijay de Fransman naar het juiste spoor wil brengen, ontdekt hij dat er geen treinen rijden. “Ok, dan gaan we naar Breda!”, zegt hij weer even vastberaden.

In Breda kunnen we de Fransman eindelijk op de trein zetten en Bijay zegt: “Kijk, zo ben ik nou. Ik laat mensen er niet gewoon uit hè. Ik rijd ze tot op de stoep en help ze uitladen.” Het is inmiddels drie uur later dan ik dacht aan te komen, maar het is goed. Ik heb een leuke dag gehad.

woensdag 4 mei 2016

Wie Schade!

When one comes out of this colossal structure, the Louvre, one walks directly across the Seine and is captivated by an enchanting view, bathed in golden or blue mist. All along the quai there are row upon long row of secondhand bookstalls, where one can search and rummage as one wants to. An acrobat performs on the sidewalk. A circle of spectators who do not take their eyes from him. Wherever one goes, whatever one does, there are things to see and learn.
Als ik richting het Louvre over de Pont des Arts loop is er een vrolijk bandje aan het spelen. Na het laatste nummer, roept de muzikant: “Je mag ons ook in bier betalen.” Er ligt geen mist over de Seine, eerder is de rivier wild en onrustig. De boekwinkeltjes zijn zo laat op de avond gesloten. Mijn ervaring verschilt van die van Paula Modersohn-Becker, toch loop ik even samen met haar door Parijs.
Paula komt als jonge, Duitse kunstenares aan het begin van de 20e eeuw, de eerste dag van de 20e eeuw om precies te zijn, na een 17 uur durende reis hier aan. Ze is vol goede moed naar het centrum van de moderne kunstwereld gekomen om een betere kunstenaar te worden, maar haar eerste indrukken zijn niet geheel positief:
It's filthy here, very filthy – an inward filth, way down deep inside. Sometimes it makes me shudder. It seems to me as if I needed more strength than I have to live here, a brutal strength.
Er zijn aspecten van het Parijse leven in honderd jaar onveranderlijk gebleven.
But I feel that only sometimes. At other times, I feel blissfully clear and serene. I can feel a new world arising in me.
De nieuwe wereld die in haar groeit en op haar schilderijen tot leven komt, heeft een brute kracht. In het MAM (Musée d'Art Moderne) bezoek ik een tentoonstelling van haar werk. Het valt me op dat hoewel haar schilderijen zo krachtig zijn, ze ook allemaal op een bepaalde manier onvoltooid zijn. Onvoltooid is niet het goede woord, omdat er niet iets ontbreekt. Ze zijn niet afgewerkt, alsof het gaat om studiewerk, maar dit draagt juist bij aan de intensiteit van het werk. Zoals ze schrijft: The intensity with wich a subject is grasped (...), that is what makes for beauty in art. Mijn eigen schilderijen zijn vaak ook onvoltooid, of onafgewerkt en ik vind het interessant om te zien dat dat een kwaliteit kan zijn. Op schilderkunstig vlak voel ik me zeer verwant aan Paula. Ik streef in mijn werk ook naar the utmost simplicity united with the most intimate power of observation. Haar werk spreekt me zelfs meer aan dan dat van haar grote voorbeeld, Cézanne. Daarentegen is het thema van haar werk, voor mij ontoegankelijk, al is het alleen omdat ik een man ben.
De kunst van Paula Modersohn-Becker draagt een groot dilemma in zich. Haar belangrijkste thema is het moederschap en juist door haar leven als kunstenaar kon ze geen moeder worden. Dit heeft te maken met haar man die niet zo avontuurlijk is en liever in de veilige kunstenaarscommune in Worpswede wil blijven. Funny, schrijft Paula: from the very beginning of marriage it's we women who are put to the test. All you men are permitted to stay simply the way you are. Well, I don't really take that amiss, because I do like you all so very much. En ze ondertekent die brief aan haar man met Your little wife.
Maar ze zoekt zelf in haar leven ook naar eenzaamheid en vrijheid. In haar eentje en in alle vrijheid in Parijs ontwikkelt Paula haar eigen stijl, waardoor ze schilderijen als 'Geknielde moeder met kind' kan maken, maar door diezelfde vrijheid blijft ze van kinderen verstoken. Het einde van haar leven had een roman ongeloofwaardig gemaakt, maar het echte leven is altijd weer vreemder dan fictie. Ze besluit toch naar Duitsland terug te keren, om een kind te krijgen, maar veertien dagen nadat ze bevallen is van haar dochter, Mathilde, sterft ze. Volgens de bronnen zou ze nog twee woorden hebben uitgesproken: Wie Schade!

maandag 2 mei 2016

Retour vers le futur

Meer dan 360.000 potelets bepalen het Parijse straatbeeld. Misschien denk je dat mijn blog weer over duiven gaat en nee, het zijn ook geen scharrelkippen (kip=poulet). Potelets zijn paaltjes en ze zijn overal. Soms vind je er wel drie naast elkaar en ze vormen de vreemdste patronen, alsof het bloemen zijn die op willekeurige plekken uit het beton omhoogschieten. Alles om maar te voorkomen dat de auto's het trottoir oprijden. Wie me niet gelooft, verwijs ik naar de volgende blog: http://benlem2.canalblog.com/
Begrijp me goed, ik hou van de potelets. Een straat oversteken, zelfs als het voetgangerslicht op groen staat, is hier niet zonder risico en ik haal opgelucht adem als ik weer veilig omringd word door mijn metalen vrienden. Toch maken ze het leven van de Parijzenaars niet heel gemakkelijk. Als een winkel bevoorraad moet worden, kan er bijvoorbeeld niet even een vrachtwagen op de stoep gaan staan. Dan zie je mannen met steekwagens af- en aanlopen en waan je je even in het verleden.
Aan de andere kant word je aan alle kanten ingehaald door mensen op steps, skates en skateboards. Skaten is niet voorbehouden aan rebelse jongeren. Omdat de auto in Parijs zo onpraktisch is, nemen deze vervoermiddelen het over. Rond het beursgebouw zie je bankiers op de step en gisteren flitste een man in vol ornaat met hoge snelheid voorbij. Deze man stond kaarsrecht op een wiel, alleen maar een wiel en hij schoot met zeker 15 km/u over de stoep.
Ik moest denken aan Back to the Future, aan het Hoverboard waarmee Marty door de toekomst vliegt en dezelfde dag vind ik in de Rue des Archives een winkel die Hoverboards verkoopt. De winkel verkoopt allerlei futuristische snufjes, zoals koptelefoons met luidsprekers aan beide kanten, zodat iedereen van je muziek kan meegenieten, 3d-pennen waarmee je 3-dimensionale tekeningen kunt maken, gewoon in de lucht en uiteraard ook verschillende elektronische sigaretten. Het Hoverboard ziet eruit als een skateboard, maar dan met één gemotoriseerd wiel in het midden. Vooruit, hij zweeft niet echt, maar het is genoeg om je even in de toekomst te wanen.


zondag 1 mei 2016

Uit het nest gevallen

Er zijn veel daklozen in Parijs. De meeste liggen in een slaapzak op de roosters waar de warme lucht van de metro doorheen komt, enkele hebben een tentje. Liggende daklozen vind je op elk moment van de dag, van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat. Je kunt de liggende daklozen het makkelijkst negeren, al moet je wel uitkijken dat je hun plastic bekertjes met muntgeld niet omschopt. Eén dakloze heeft zijn bekertje aan een vishengel hangen. Hij zit op een krukje naast zijn tent met de hengel uitgeworpen.
Er zijn ook daklozen die over straat zwalken. Ze lopen niet gewoon, ze zwalken, omdat ze dronken zijn en omdat ze aan het sterven zijn. Hen kun je niet negeren. Je kunt de straat oversteken, of rechtsomkeert maken als ze aan komen schuifelen, maar dan nog zie je hen vanuit je ooghoeken gebogen staan kotsen. Hun kleren zijn gescheurd, soms hebben ze haast niets meer aan en de kleren die ze hebben zitten vol vieze vlekken.
Ben ik gevoelloos aan het worden als ik niet meer opkijk van een dakloos kind. Ik word beter in het negeren. Ik negeer hen, omdat ik wanneer ik dat niet doe, ik me alleen maar machteloos voel. Toch laat het me niet echt los. Parijs is een fantastisch mooie stad, maar voor heel veel mensen is het de hel.

Als ik 's ochtends vroeg naar de winkel ga, vind ik voor onze deur naar de binnenplaats een kuiken. Het is een duif en hij zit heel stil op de stenen. Hij is uit het nest gevallen. Zijn vleugels zijn nog niet genoeg gegroeid om te kunnen vliegen. Als ik mijn handen naar hem uitstrek om hem op te pakken, verroert hij zich niet en dat verbaast me zo dat ik hem maar niet oppak. Met Sandrien maak ik een papje in een konijnenvoerbakje en dit brengen we naar het kuiken. Hij loopt naar het bakje maar eet er niet uit. We overwegen even om hem mee naar binnen te nemen, maar doen dit toch maar niet. Later op de dag wanneer ik het vuilnis wegbreng zie ik een vader en zoon bij het kuiken bezig. “C'est triste.”, zegt de vader tegen me. Ze maken een nestje met kranten erin en zetten het kuiken en de voerbak hierin. Als ze weg zijn, pak ik het kuiken op en duw zijn snavel in het bakje. Hij begint meteen gulzig te eten. Even piept hij als ik hem terugzet, maar dan gaat hij weer rustig zitten. Die dag ga ik niet meer naar het kuiken, omdat we collega's van Sandrien over de vloer hebben en tot laat Munchkin spelen.
Als ik de volgende dag mijn kater heb uitgeslapen en naar buiten ga, is van het kuiken geen spoor meer te bekennen. Het doosje staat er nog met daarin het bakje, maar het kuiken is verdwenen.
De kleine dakloze duif was maar een duif, maar toen ik hem vond, was mijn gevoel van machteloosheid toch even verdwenen en even dacht ik dat ik hem had gered.