zaterdag 30 april 2016

Le Grand Large

Als we de grootste bioscoopzaal van Europa binnenlopen, zijn we toch licht teleurgesteld. De zaal is inderdaad heel erg groot. We zitten op het balkon en zien aan weerszijden kitscherige huisjes in Italiaanse stijl, inclusief replica's van klassieke beelden, boven ons een sterrenhemel, en heel in de verte een bioscoopscherm onder een lichtgevende boog. Het is wel een groot scherm, maar van deze afstand niet meer. Als we al een beetje beginnen te morren, komt echter een tweede scherm uit het plafond naar beneden. Deze is veel dichterbij en is nog veel groter. Het begint ons te duizelen als een driedimensionale kometenregen door ons heen vliegt om plaats te maken voor een enorme explosie waar op zijn beurt weer rotsblokken uit tevoorschijn komen die als ze naar ons toedraaien transformeren in massieve letters:

LE GRAND LARGE

Als iets zo groot is, kun je het kennelijk niet genoeg benadrukken. Zo heb je ook Le Grand Palais, een museum van 77000m2, maar er is ook Le Petit Palais. Voornamelijk omdat de laatste gratis is, verkoos ik het om deze te bezoeken. Le Petit Palais mag dan klein heten, maar het is een enorm gebouw. De hal is echt gigantisch en de hoge plafonds zijn prachtig beschilderd. Midden in het gebouw bevindt zich een binnenplaats met een tuin en een fontein.
In het kleine paleis hangen ook erg grote schilderijen. Als je hier te lang naar kijkt, gaat het je duizelen alsof je met een 3d-brilletje in de Rex zit. Voor een schilderij dat de markt afbeeldt (Les Halles van Léon Lhermitte, 4x6m) geldt dit in het bijzonder. Door de compositiebogen vliegen je ogen in cirkels over het werk, tot je steil achterover valt. Ik loop dan ook maar snel door.
Ergens achterin het museum vind ik een vierluik, dat haast probeert te verdwijnen in de muur (Figuren in een interieur van Vuillard). Het is ook groot, maar bijzonder subtiel in kleur en de toets vormt een decoratief patroon. Als je er langer naar kijkt, komt de scène langzaam uit het patroon naar voren. Ik lees nu op internet dat het schilderij oorspronkelijk tegen een behang hing met hetzelfde patroon, waardoor het schilderij perfect gecamoufleerd was.
De subtiliteit van dit werk maakt het weliswaar bijna onzichtbaar, toch weet het me dieper te raken dan het vuurwerk en de knallen van Le Grand Large. Maar voor beide is plaats in mijn hart.

zondag 17 april 2016

Gasmaskers en mitrailleurs

Met vier zwaar bewapende soldaten die over de volle breedte van de weg voor ons lopen, voelen Sandrien en ik ons niet zo prettig. Niet alleen omdat de soldaten niet zo snel lopen, want ja, je gaat ze toch maar niet voorbij, ook omdat we even geleden nog naar vogeltjes keken die een nestje bouwden in een dakgoot en even vergeten waren dat de wereld duister en eng is.
In de Egyptische afdeling van het Louvre werden we diezelfde dag geconfronteerd met mummies van vogels en katten en een incidentele krokodil, maar er is toch iets in de omgang van de Egyptenaren met de dood, waardoor je alleen maar vrolijk kunt worden. Misschien komt het door het veelkleurige glas waarmee ze hun beelden inleggen, of de ongelooflijke schoonheid van de beelden, of door het feit dat de farao's zelf je vanaf hun sarcofaag toelachen.
We blijven tot sluitingstijd, tot de suppoosten ons zelfs in het Engels vragen op te krassen. Op straat horen we de sirenes alweer dichterbij komen. De weg wordt afgezet. We horen een zacht gebrom dat steeds luider en luider en al snel oorverdovend wordt. Een auto met daarop een vrouw met een gasmasker en een diskjockey blijkt een optocht van honderden motoren aan te kondigen. Het is een demonstratie onder andere tegen een wet die vervuilende voertuigen uit de stad moet weren. Vanuit de verte zie ik nog dikke rookwolken boven de straat hangen. Als er niet genoeg argumenten voor de wet waren, dan zijn ze er nu. Ik moet nog eens denken aan de prachtig gekleurde Egyptische beelden en dan aan de zwartgeblakerde beelden die de Parijse paleizen tooien.
Overmand door soortgelijke melancholische gedachten drinken we in een cafeetje een biertje. Er zit een vrouw te zuigen op een elektrische sigaret, te vapen. Dat is zeer populair in Parijs. Steek dan een sigaret op, denk ik bij mezelf. Dit ziet er niet uit.

vrijdag 15 april 2016

Koningen, sterren en tippelaarsters

Sinds woensdag woon ik dus in Parijs. Ik woon met Sandrien, mijn vriendin, aan de Boulevard de Bonne Nouvelle in het 2e arrondissement. Dit is dichtbij twee poorten, een soort triomfbogen, opgedragen aan Lodewijk de Grote. Een is veel groter dan de ander en toen ik zag dat op de eerste Ludovico Magno stond, verwachtte ik even dat op zijn kleine broertje Ludovico Mini zou staan. Dit was niet het geval. Onze straat heeft veel theaters en een gigantische bioscoop,  Rex. Rex heeft de grootste bioscoopzaal van Europa. Om zijn omvang meer te benadrukken staat de naam Rex nog eens in grote letters op de gevel.
Als ik naar de supermarkt loop, zie ik een hoop mensen tegen de gevel geplakt. Ze houden hun mobieltje zo hoog mogelijk in de lucht om daarin een glimp op te vangen van een acteur. Scarlett Johansson is een van de sterren die aanwezig zijn voor de première van Captain America. Als ik met mijn boodschappentasje doorloop, hoor ik nog af en toe gegil als een nieuwe ster is gearriveerd.
Wat mij zelf helemaal niet was opgevallen, waar ik zo overheen keek, is dat de Boulevard de Bonne Nouvelle ook ander vermaak biedt. De Boulevard de Bonne Nouvelle heeft namelijk druk verkeer van tippelaarsters. Pas nu Sandrien me erop gewezen heeft, zie ik ineens overal vrouwen quasiverveeld verdiept in mobieltjes tegen gevels aan leunen. Het zijn voornamelijk Aziatische vrouwen die hun leeftijd niet kunnen bedekken onder blonde pruiken en visnet panties en zoals Sandrien zei toen we langs een dame met een rokje tot boven de heupen liepen: Sommige zijn makkelijker te herkennen dan andere.
Ik had niets herkend, misschien omdat ik nog als een toerist door deze stad loop en onder de indruk ben van de Rexen, de Ludovici Magni, van de sterren. In de komende maanden zal ik anders naar deze stad gaan kijken en zal me misschien meer opvallen, waar ik eerst blind voor was, al is het waarschijnlijk nadat Sandrien me er eerst op heeft gewezen.