vrijdag 7 augustus 2015

Vlammende inkt en vloeibare perenbomen

In de wanden van de pergola groeien perenbomen die om de spijlen heen zijn gegroeid. Het hout lijkt haast vloeibaar, alsof het is gesmolten in de brandende zon. De peren zijn nog wat klein. Uit het dak hangen sperziebonen naar beneden, als slingers. Met mijn broertje Pieter loop ik door de tuin van museum de Buitenplaats. In de beeldentuin raak ik bijna verdwaald in een doolhofje dat veel te klein is om in te verdwalen. De tuin gaat langzaam over van een organische, moderne stijl die past bij de architectuur van het museum, naar een klassiekere stijl, bij het Nijsinghhuis. Het eindigt in een appelhof, met oude appelrassen.
Het is een prachtige tuin, maar met dit weer, zoeken we snel weer verkoeling het museum. We zijn hier tenslotte voor de expositie. Museum de Buitenplaats heeft kleine, overzichtelijke, maar toch vaak indrukwekkende exposities. Die van Jan van der Kooi, Jan Steen, Co Westerik, Reinder Homan & Pieter Pander, Rein Pol bijvoorbeeld, waren allemaal erg goed.
Nu is er een solo-expositie van Hans Lemmen. Het werk bestaat uit tekeningen en beelden. Ik ben meteen erg onder de indruk van zijn kleine inkttekeningen. De inkt heeft bijzondere structuren. Ik vraag me af of hij dit bereikt door de preparatie van het papier (met caseïne-oplossing en pigmenten), of door het opbrengen van sterk verdunde inkt in verschillende lagen. Het lijkt me in elk geval een moeilijke techniek. De structuur werkt prachtig in een tekening van een mysterieus landschap in het silhouet van een hoofd. Het landschap doet me denken aan Jeroen Bosch.
Het thema in Lemmens werk is de mens als dier in een geordende, kunstmatige omgeving, althans zo interpreteer ik het. “Soms is het wel erg symbolisch”, zegt Pieter. Dat vind ik ook. In sommige tekeningen lijkt alles ondergeschikt te zijn aan de symboliek. In een grote gevoelige tekening van een man die een hond aan zijn halsband meesleept, verschijnt achter hen opeens een elektriciteitsmast in het vetste krijt op het papier gekrast.
Het past wel weer bij de humor die zijn werk kenmerkt. Als Pieter zegt dat een tekening hem ergens aan doet denken, weet ik het een tijdje later opeens: “Kamagurka!”
Er staan ook verschillende beelden. Deze beelden passen thematisch bij de tekeningen, maar verschillen in stijl. Een soort sfinx bewaakt de doorgang naar de eerste verdieping, waar een engel door de muur loopt. Pieter staart naar een beeld van een man met kanonskogels op zijn hoofd. “Als je hier te lang naar kijkt, krijg je hoofdpijn", zegt hij. Als we moeilijk zitten te kijken naar een aapmens die uit zijn vacht loopt, loopt er man langs die het beeld een slinger geeft. Het draait in het rond. Het beeld hangt met een touw aan het plafond.
Als we het museum verlaten, ben ik behalve verlamd door de hitte, vervuld van de kunst. Het spijt me wel dat we het Nijsinghhuis niet kunnen bezoeken (deze is alleen op vrijdag open voor rondleidingen). Ik herinner me hoe ik tien jaar geleden met het Willem Lodewijk Gymnasium, met Uit de kunst, een rondleiding kreeg. De wandschilderingen van Mathijs Röling, het erotisch kabinet van Wout Müller. Ik meen me ook te herinneren dat op een eikenhouten deur exact de structuur van eikenhout was geschilderd.

Die herinnering moeten we een volgende keer maar controleren.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen