woensdag 20 mei 2015

Kersenjam, honden en andere medicijnen

Ik ben al enkele weken een beetje zwakjes. Dit betekent vooral dat ik de hele dag loop te hoesten. Ik vind dat overigens allesbehalve erg, want ik word helemaal volgepropt met allerhande natuurlijke geneesmiddelen: Kersenjam, honing, frambozen, warme melk, verschillende soorten kruidenthee etc. Zelfs de wodka is volgens Nekruz bijzonder goed voor de keel.
De Hortus Botanicus in Khorog, de op een na hoogste van de wereld, bevat een enorme verzameling medicinale planten. Als ik met Nekzod door de tuin loop, vertelt hij me bij elke boom of plant waar die wel niet goed voor is. Hij heeft een indrukwekkende kennis van de natuur. We eten de schil van een vrucht, na die van de haren te hebben ontdaan. “It's good for the heart. And this is good for the breathing. And that tree is very good for the water you know, here.” Hij wijst naar de schuine buikspier. Ik vraag me af of hij bloedsomloop bedoelt, maar aangezien ik niet van die boom ga eten, vraag ik het maar niet. Nekzod is een bijzonder aardige man, die al mijn lessen bijwoont. Hij luistert altijd heel aandachtig als ik hem iets uitleg. Hij knikt en zegt: “Yes, yes, yes.” Tot ik merk dat hij geen woord van me begrepen heeft.
De hortus is een geweldige plek. Ik schrijf in het gastenboek dat ik wou dat ik hier een maand kon blijven en ik meen het. Het is ook een onwaarschijnlijke plek. De bergen zijn overal kale rotsen, maar hier staat midden op de rots opeens een bos.
In een gebouwtje midden in de hortus, is een museum ingericht door één kunstenaar. Naast de gedroogde planten, hangen enorme kunstwerken. Een ruimte bevat een rond panorama. Het is koud en de geschiedenis wasemt uit elk scheurtje in de muren. Het voelt alsof ik in een tempel ben, een heiligdom voor natuur en kunst.
In een volgende ruimte staan opgezette dieren, die in slechte staat verkeren. Beren, hazen, gieren, wolven en de beroemde Marco Polo-geit. Ik vraag Nekruz of hij wel eens een Marco Polo-geit heeft gezien. “Yes, of course. I ate one. It's good medicine you know.” 
Die dag heb ik het met Toodzjik over vreemde gerechten. Ik vertel haar dat ik slakken en kikkerbillen etc. heb gegeten. Ze zegt dat in sommige delen van Tadzjikistan honden worden gegeten. Ze vindt dit heel vreemd.

“We ate dog, but that was for medicine. The difficult part was, it had to be our own dog, because it works better if it's your own dog. They slid the throath, and then we ate it. We gave it to the neighbour too, but he didn't know it was dogmeat. Dogmeat tastes really good you know. When we told him, he was really shocked.”

Geen opmerkingen:

Een reactie posten