zaterdag 2 mei 2015

Jotgur

De chauffeur stopt opeens en pakt een geldbiljet. Dit gebeurde al een aantal keren en dat betekende dan dat er een soldaat of douanier omgekocht moest worden. Nu is er nergens een slagboom of soldaat te bekennen. De chauffeur geeft het geld aan twee oude mensen die langs de weg lopen. Ze houden hun handen in een boog tegen elkaar en beginnen te bidden. De chauffeur doet mee. De oudere mensen bidden omdat ze dankbaar zijn, maar ik vind het mooi dat de chauffeur meedoet aan dit ritueel. Na het gebed houden ze hun handen voor hun gezicht en daarna laten ze ze zakken. We rijden verder. Boven op een rots, op een bijzonder onwaarschijnlijke plaats, staat een moskee. Misschien is dit een heilige plaats en waren de oude mensen geestelijken. Of misschien waren het gewoon twee oude mensen.

Nekruz staat al klaar als ik om twee uur 's nachts aankom in Khorog. Nekruz maakt kinderboeken en met hem ga ik de komende maand aan het werk. Hij neemt me mee naar zijn huis en na met hem thee te hebben gedronken ga ik naar bed. Ik val meteen in slaap.
De volgende dag merk ik pas dat ik in een huis met een volledige familie zit. Nekruz, zijn vrouw, vier kinderen, waarvan één pasgeboren en zijn moeder. Ik voel me er ongemakkelijk bij dat ik een kamer voor mezelf heb, in het driekamerappartement, zoals ik me ongemakkelijk voel als de grootmoeder weer voor me opstaat om thee voor me in te schenken en wanneer de kinderen de opdracht krijgen om mijn soep op te dienen. Misschien dat de gastvrijheid op een gegeven moment wel minder wordt en ik meer een normale plaats in dit huishouden krijg toebedeeld.

Jotgur gaat voor me vertalen. Hij is hier heel onzeker over en hij vertelt me dat elke keer als ik hem zie. Hij is de zwager van Nekruz. Toen we in het dorp waren waar hij vandaan komt, vertelde hij me dat hun families op meerdere manieren met elkaar verbonden zijn. “This is the house of my brothers, but they are also the nephews of the sister of Nekruz, who lives in that house.” Dit is geen letterlijk citaat, omdat ik me de complexe familiebanden niet meer kan herinneren. Hij is in eerste instantie de broer van Nekruz' vrouw.
Jotgur begrijpt niet dat er mensen zijn die hierheen komen om voor niets te werken. Hij vraagt me steeds naar het systeem van Commundo, waarschijnlijk omdat hij denkt dat er toch iemand in Nederland van moet profiteren. Als ik hem vertel dat het voor mij een heel leerzame ervaring is, stelt dat hem enigszins gerust.
Hij begrijpt ook niet dat mensen veel geld betalen voor schilderijen. Hij vraagt me of het voor hem mogelijk is om naar Nederland te komen om daar te werken. Z'n leven is heel zwaar. Hij heeft twee banen, een voor overdag en een voor de avonds, maar hij verdient niet genoeg geld. Ik zeg hem dat ik daar geen verstand van heb.
Hij begrijpt ook niet dat ik niet getrouwd ben en dat mijn broers niet getrouwd zijn. Hij heeft zelf een mooie jongere vrouw en een peutertje. Jotgur schenkt me thee in, terwijl zijn zoontje me bekogelt met brood. Hij is anderhalf, maar hij kan hard gooien. Hij pakt een kopje op en gooit die naar me. Dan pakt hij een groot mes. Jotgur ziet dat ik bang naar de peuter kijk en hij zegt: “Don't worry, I will protect you.” Hij pakt het mes niet af.
Jotgur heeft een ziekte in zijn keel. 's Nachts wordt hij wakker omdat hij geen adem meer kan halen. Het maakt hem zo bang dat hij niet meer durft te slapen, maar hij weet ook niet goed wat hij 's nachts moet doen. “Normal things I just can't do at night. I can't even watch tv.”
Hij eet geen kip en vlees. Niet omdat hij vegetariër is. “I just don't understand why they don't eat meat.” Jotgur eet geen vlees omdat de geestelijken hebben gezegd dat hij daar beter van wordt.
“She is making fun on me about that.” Waarop zijn zus zegt: “It is: she is making fun of me.”
Hij moet een maand geen vlees eten, maar gisteren was hij het even vergeten en heeft hij per ongeluk kip gegeten. “When I told this to my mother, she was very angry with me.”
Ik vind hem bijzonder aardig.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten