woensdag 29 april 2015

Tadzjikistan


Deze blog is wat anders dan anders. Ik heb weinig tijd om te schrijven en daarom is dit nog niet af. Ook is het geen lopend verhaal met een begin en een einde, eerder een reeks beelden. Ik ga tekeningen bij al deze beelden uit mijn geheugen maken en wil daar ook een boekje van maken. Als je wilt wachten op het eindproduct, staat dat je vrij, maar anders bij dezen het begin van mijn verslag van mijn project in Tadzjikistan:

Een van mijn liefste dingen zijn ommuurde tuinen. Deze liefde is misschien ooit opgewekt door het boekje The Secret Garden, maar het heeft zich inmiddels uitgebreid tot een liefde voor Joodse begraafplaatsen en allerlei ommuurde gebieden.
In Dushanbe vind je een hele hoop ommuurde tuinen. Als je er langs loopt, hoor je het geluid van tropische vogels uit de tuinen komen. De poorten zijn ook nog eens prachtig gekleurd en versierd. Sommige groen, andere blauw en in alle kleuren.

Ik word opgehaald door B. Hij is de nummer 1 worstelaar van Dushanbe in gewichtsklasse tot 65 kilo, net afgestudeerd arts en hij spreekt Engels, Russisch, Tadzjieks, Shughni en Chinees. Hij wil graag in China lesgeven aan studenten medicijnen en in zijn vrije tijd worstelen.
Hij is ook heel aardig. 's Avonds valt de elektriciteit uit en hij licht me bij met zijn mobiel terwijl ik mijn tanden poets.

Zijn broertje Halim leidt me rond door de stad. Mensen verplaatsen zich in de buitenwijken in minibussen. Dit zijn geen officiële taxi's en ze zijn verboden in het centrum. Er zitten vaak 9 of 10 mensen in een minibus, maar daar staat tegenover dat het maar 1 of 2 somoni kost (20 cent). Degene die bij de deur zit, moet uitstappen als er iemand uit of in moet en dan wordt een van de stoelen ingeklapt. Iedereen stapt weer in en de auto rijdt alweer voordat de deur dicht is. Dan wordt het geld aan de chauffeur gegeven. Deze telt het geld terwijl hij rijdt en geeft wisselgeld terug. Een keer was het wisselgeld op. De chauffeur zwaaide met een briefje van tien buiten het raam en een andere minibus ging met dezelfde snelheid naast ons rijden. Nadat het tientje gewisseld was, zwaaide hij opnieuw met een briefje en herhaalde het proces zich.
Dit gebeurt allemaal in een totaal chaotische verkeerssituatie. Er wordt voortdurend getoeterd en links ingehaald. Ik zocht naar de veiligheidsgordel, maar die was er niet.
Onze bus stopte voor een auto die hard van links kwam rijden. De minibus naast ons stopte niet en knalde met volle vaart tegen de auto. “Traffic is dangerous”, zei Halim op berustende toon.

Sandrien maakte zich zorgen dat ik niet genoeg eten zou krijgen in Tadzjikistan. Ze wist niet van de gastvrijheid en de levenslust van de Pamiri. Tot nu toe zijn alle maaltijden en dat zijn er vaak vier op een dag, volledige, warme en bijzonder stevige maaltijden geweest. Ik moest aan Tolkien denken, toen ik mijn eerste second lunch kreeg. Als er een volk is geweest dat de inspiratie heeft gevormd voor de hobbit, dan is het gedrongen, gastvrije volk, met zijn liefde voor muziek en kunst, een goede kandidaat.

Gisteren hadden we met de chauffeur gesproken. Er zaten drie mannen bij vier grote jeeps. Eén man zat onder de motorkap een van de auto's te repareren. We gaven de drie mannen de hand en pakten de vierde even bij de pols. Halim sprak enige tijd met de mannen en bekeek de auto's. “You want this one?” vroeg hij mij. Ik vond het prima, maar Halim koos uiteindelijk toch een andere uit voor mijn reis. De chauffeur gebaarde naar mij. “He's inviting you for tea.”, zei Halim. Ik lachte om hem beleefd af te wijzen, omdat we die avond de stad gingen bekijken.
Vandaag ontmoeten we de chauffeur weer, deze keer in een wagenpark. Overal zijn mensen druk bezig bagage op auto's te laden. Er reizen elke dag 60 mensen met de auto tussen Dushanbe en Khorog. De chauffeur is nog op zoek naar de andere reizigers.
Hij heeft al twee gevonden, moeder en dochter. De vader staat er ook bij en hij gebaart hevig naar mij, wijzend naar zijn hooguit veertienjarige dochter. “He wants to marry his daughter to me?” Halim knikt lachend.
We gaan lunchen, maar als we terugkomen is de chauffeur nog op zoek naar reizigers. Hij vindt ze na ongeveer een uur. Een van de reizigers is een oudere man en er zijn drie vrouwen, maar ik moet voorin zitten. De auto rijdt eerst nog langs een garage waar de banden worden gecontroleerd en dan begint de tocht, die 14 uur zou duren.

Bergen zijn vreemd. Je kijkt tegen de bergwand op en denkt: daar zijn we straks. Na een uur rijden, ben je deel geworden van die berg waar je net nog tegenop keek en kijk je tegen een nieuwe, nog hogere berg op. Elke keer lijkt het landschap mooier te worden, maar ook het eerste landschap was mooier op zijn eigen manier.
Als de duisternis invalt, gaan langzaam lichtjes aan op de bergwand. Steeds meer en meer lichtjes gaan aan, helemaal tot aan de sneeuwgrens, tot een sterrenbeeld is ontstaan.

J is de enige in de Jeep die Engels spreekt. Hij is een vrij mollige man met grote lachende ogen. “I thought you were Pamiran.”, zei hij tegen me toen ik vertelde dat ik uit Nederland kwam. Ik dacht dat hij aardig wou zijn, maar als we samen zitten te lunchen, herhaalt hij het nog een keer. Het komt doordat mijn oren plat tegen mijn gezicht zitten, like Italians. Ik zeg maar niet dat ik dacht dat hij een toerist was, door zijn kakikleurige safari-outfit. Hij had trouwens Nederland verward met Denemarken, want hij zegt: You're a viking! En begint me te vertellen over een serie over Vikingen die nu net aan een vierde seizoen is begonnen. Terwijl hij over vikingen praat beginnnen zijn ogen te stralen, hij slaat met zijn vuist op tafel en begint bulderend te lachen. “They just smashed them.” Dat de monniken geen wapens hadden om zich te verdedigen, vindt hij vooral heel grappig. Ik krijg de volledige geschiedenis van de Vikingen te horen. “I just download the movies and then I read all these things on Wikipedia.”
Als ik hem vertel waarvoor ik naar Tadzjikistan kom, begint hij me de volledige geschiedenis de talen in dit gebied en in het bijzonder van het Perzisch te vertellen. Als we vervolgens over Pamir praatten zegt hij: “Well, there's a joke about Bin Laden. He destroyed Afghanistan, but if he would have come to us, we would have offered him tea. It's a joke, but there's some truth to it. The hospitality is old culture, before Islam, from the Greek and even before that. We will do everything for our enemies if they are our guests.”
J werkt voor een bedrijf dat mijnen opruimt. Ze hebben de grens met Afghanistan tot Khorog al opgeruimd. “We call these mines butterflies. When they explode they only cause injuries. That's battle tactics. When one soldier lies injured on the battlefield, two are trying to help him.”
Vroeger droomde J ervan om astronoom te worden. Met het instorten van de Sovjet-Unie kwam aan deze droom een einde. Hij leerde Engels, omdat het Russisch waardeloos was geworden en toen hij twintig was, probeerde hij Europa in te komen. Hij had gehoord dat Afghanen in Duitsland asiel konden krijgen vanwege de oorlog. Hij kwam tot Polen en kon slechts met veel moeite weer terugkomen in Tadzjikistan. “On that moment, I decided to forget my dreams. I studied economics and came to work for this company.”

Onderweg komen we een bordje tegen met de tekst “Emergency exit”. Ik verbaas me over de tekst, omdat we ons gewoon op een weg bevinden. Even later weer een bordje: “Emergency exit 1000m.” Volgende bordje “Emergency exit 500m.” Ik ben er nog niet achter. Dan zie ik dat de weg splitst. De tweede weg loopt omhoog en eindigt met een aantal autobanden. Op een bordje staat: “Emergency exit for failing breaks.”

De oudere man in het gezelschap komt na een stop bij een winkel naar me toe. J vertaalt voor me dat hij hoofd van het departement voor kinderen is en dat hij graag iets voor me wil doen. Hij noemt een lijst op van dingen die hij voor me kan doen, maar die dingen zijn allemaal geregeld. Hij kijkt me spijtig aan en herhaalt nog eens een aantal keren de vraag wat hij voor me kan doen. Uiteindelijk geeft hij zijn telefoonnummer en klemt me op het hart hem te bellen als ik het weet.

Er zijn veel mensen langs de weg bezig met het maaien van gras. Sommigen gebruiken een zeis, anderen een kleiner mes. Met het kleinere mes zit men gehurkt. Dit ziet er veel arbotechnischer uit dan het gebogen staan met een zeis. Hetzelfde geldt voor het ding waar de grond mee geploegd wordt. Misschien is een hurktoilet wel veel makkelijker voor hen, omdat ze toch al vaak zo zitten.
Als het gras gemaaid wordt, moet het vervoerd worden. Ik zie twee jongens met elkaar debatteren over de vraag hoe ze die enorme zak gras op de brommer moeten vervoeren. Of gaat het over wie moet lopen, omdat de zak achterop gaat. Een ezel beweegt zich traag voort, zwaar beladen met gras. Achterin een pick-uptruck zie ik alleen aan de strooien hoed die uit het gras steekt dat er een man tussen de lading zit om het vast te houden.

4 opmerkingen: