dinsdag 10 december 2013

Wat is dit voor wereld, waarin wij niet leven?

(de gebeurtenissen uit dit blog zijn nog van voor ik ziek was)

We vonden onszelf opeens op een feestje met de New Yorkse hippe mensen, die wodka dronken met een partje limoen, zoals wij, of drugs gebruikten, zoals onze gastvrouw, die we de rest van de avond niet meer terugzagen. Het was in een klein, vierkant danszaaltje, waar op alle muren hallucinerende clips werden geprojecteerd. De zaal was volgestouwd met mensen die niet dansten. Althans, ze deden een stoelendans, want we moesten telkens weer plaatsmaken voor grote volksverhuizingen. Het leek wel alsof iedereen met iedereen wilde praten.
Het feest was een lancering van een nieuw album van een band waar ik de naam van ben vergeten. Het was een jaren tachtig beat, met synthesizer en een zangeres met een te kort rokje, die niet kon zingen. "Dat zie je tegenwoordig overal.", zei Sandrien, met zoveel mogelijk minachting. We zijn halverwege weggegaan.
De volgende dag naar Moma PS1 (public school no1). Er waren twee lezingen over wiskunde en liefde, of eigenlijk ging het over de wiskunde en kunst. De eerste lezing was van een wiskundige die iets te graag naar zichzelf luisterde. Hij had een verhaal over hoe de wiskunde nieuwe abstracties opende voor de kunst. Ik kan me in principe bijzonder vinden in deze algemene stelling. Tijdens mijn geschiedenisstudie heb ik aan een essay gewerkt over de manieren waarop de uitvinding van het lineair perspectief kunstenaars instaat stelden op een abstracter niveau te werken, in plaats van dat ze daardoor dichter bij de werkelijkheid kwamen. Ik weet niet of ik deze gedachte ooit helder heb verwoord, maar deze wiskundige kon in elk geval geen enkele gedachte helder verwoorden. Gelukkig werd de tweede lezing gegeven door een kunstenaar, Laurent Derobert, die de liefde had verbeeld in wiskundige formules. Het klinkt wat gemakkelijk, maar het was knap en interessant gedaan.
Na de lezingen, moesten beide sprekers met elkaar in discussie, en tot mijn verbazing nam de wiskundige, die nog niets zinnigs had gezegd, steeds het woord, terwijl de verlegen, maar interessante kunstenaar, die bovendien het Engels niet volledig machtig was, niet eens de kans kreeg iets te zeggen. Zelfs de gespreksleider, Peter Coffin, die Escherachtig werk maakte, maar dan ruimtelijk, had meer te zeggen dan de verwaande kwast die op de spreekstoel zat. We zijn halverwege weggegaan en na een expositie van werk van Mike Kelley te hebben bekeken, kwamen we terug in de koepel waar de lezingen waren gegeven.
Er stonden door de ruimte verspreid zitkussens waarop nog een handjevol mensen zaten of lagen. Deprimerende, elektronische muziek klonk uit de boxen, terwijl er hallucinerende videoclips op de wanden van de koepel werden geprojecteerd.
"Wat is dit voor wereld, waarin wij niet leven?", riep Sandrien uit.
Op dat moment beklom een te dikke, zwarte jongen, in kaki korte broek met spierwitte kniekousen, het podium. Hij begon uit het niets te zingen, met zo'n mooie hoge stem, dat het niet uitmaakte dat hij af toe een beetje vals was. We veerden op en staarden hem met open mond aan. En daar waren plotseling de dansbewegingen. Hij maakte alleen wat kleine bewegingen met zijn enkels, maar zo soepel. Na het lied, liep hij weg.
Wij voelden ons weer thuis.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten