vrijdag 6 december 2013

Bijna dakloos

Ik werd vanochtend wakker en ik liep naakt over een trap, gemaakt van twee tafels, een stoel en een bureau, van de hoogslaper naar beneden. Er hingen geen gordijnen voor het raam en precies aan de andere kant van het raam op het dak stond een stoel. Er zat niemand op de stoel, maar toch voelde het wat ongemakkelijk. Nu ik dit schrijf loopt er een man over het dak. Hij roept iets naar beneden.
We hebben de afgelopen dagen in een trailer geslapen en nu dus in deze kamer. We waren eigenlijk van plan om op een plek te blijven, maar onze vorige huisbazin heeft ons uit haar huis gegooid.
Dat kan dus zomaar gebeuren en heel even waren we midden in New York, zonder dak boven ons hoofd. Sandrien had voor mijn aankomst een aardig meisje leren kennen, dat werkte in een soort kunstenaarscommune/hostel. Zij zei dat we meteen konden komen.
De plaats waar we nu verblijven, is bijzonder vreemd. Vanochtend opende ik een keukenkastje en er vielen een pan, even later nog een pan en ten slotte een enorme rat uit. De rat was onmiddelijk verdwenen. Het is niet moeilijk voor te stellen dat hij ergens in de muur kon schieten, want de hele constructie van het gebouw is geïmproviseerd. Er is daardoor overal iets te zien. Op de wc bestaat de vloer uit bierdoppen en uit het ronde houten plafond, steken een stuk of tien lampen. De woonkamer en eigenlijk elke ruimte is volgestouwd met antieke voorwerpen. Er is ook een doorgang naar een doka en naar een fotostudio. Daar worden Daguerreotypes geschoten.
De huiseigenaar is een zeer knappe vent van rond de dertig, die het liefst in driedelig pak loopt. Hij legde mij eergisteren uit hoe ik een lp kon afspelen op een platenspeler die je moest aanzwengelen en waarvan je om de twee platen de stalen naald moest vervangen. Hij spreekt net als Sandrien Italiaans met twee andere gasten, een kunstenares en een ingenieur. Ik heb de kunstenares mijn werk laten zien en Sandrien vertaalde dat ze ze erg interessant vond, maar wel wat nauwkeurig. Haar eigen werk bestond uit enorme asfaltschilderijen en erg zwaarmoedige, maar indrukwekkende installaties.
Lex voelde zich niet echt op zijn gemak in deze drukke omgeving: “Your room is like a ship.” Hij heeft een tijdje naar mijn schilderijen staan kijken en zei toen dat hij het schilderij van de bomen met het gebouw erachter het best vond. De manier waarop ik het gebouw suggereerde en de manier waarop de kleurvlakken met elkaar samenwerkten, vond hij goed. Ik moest er niets meer aan doen.
Het schilderij waar ik nu aan werk, van een grote boom met daarvoor een half vergaan gebouw, waarvan het dak bijna volledig is ingestort, was een ander verhaal. De zwart-witcompositie was goed, maar het was allemaal zo ingevuld en er gebeurde zoveel, zonder dat er een werkelijk idee achter zat. Ik zei dat ik het mooi had gevonden, hoe het gebouw een soortgelijke structuur had gekregen als de boom en er daarom haast deel van uit ging maken. “Yeah, but it’s not doing that at the moment. Like this red colour. I see it now, but I didn’t see it immediately. You've got to think about every brushstroke.” Ik had dat bij mijn vorige schilderij gedaan, maar deze had ik te snel geschilderd. Nu ga ik maar weer even iets anders doen.
In de supermarkt in de buurt lezen de caissières tijdens hun werk boeken. Ze halen de producten over de blieper en duiken vervolgens weer in hun boek. Schilderen is absoluut niet zulk geestdodend werk, maar het is toch fijn om af en toe de gedachten te verzetten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen