dinsdag 17 december 2013

Winnaar schilderij bekend!

Voor het project A portrait of the artist as a skyscraper zou ik een schilderij verloten onder de donateurs. Het schilderij staat hieronder.
Om de loting volledig eerlijk te laten verlopen, heb ik een lijst met de namen van de donateurs gemaakt en de niet de namen maar de nummers ingevoerd in een random number generator op de site http://www.random.org/.
Het nummer dat eruit kwam was 18 en dit getal was verbonden aan de naam: TOMAR KROEDERS!
Gefeliciteerd!

I built myself a metal bird



Voordat ik de winnaar van de loterij van het schilderij bekendmaak, wou ik nog even een kort blog schrijven over mijn meest recente activiteit. In New York kreeg ik het idee om een jurk te maken van beschilderd linnen. Ik weet niet waarom ik dit idee nou juist daar kreeg. In Barcelona had ik veel ontwerpen getekend voor een jurk, naar een geabstraheerd motief van palmbladeren. Deze jurk heb ik nooit gemaakt en misschien ben ik nu meteen na New York aan de slag gegaan, omdat ik het niet zolang wou uitstellen dat dit idee ook zou verdwijnen. Het idee heeft niets te maken met de grenzen van de schilderkunst opschuiven, of iets dergelijks. Het leek me gewoon wel grappig.

Na een paar mislukte papieren modellen, besloot ik een model van ijzerdraad te maken, omdat ik graag met dit materiaal werk. Hierboven staan eerdere modellen van ijzerdraad, hieronder zie je een foto van het model voor de jurk. Bewegen ging nog verbazingwekkend goed in dit korset en daarom heb ik besloten het ijzerdraadmodel voor de uiteindelijke jurk te gaan gebruiken.


Ik heb inmiddels stof om het ijzerdraad gewikkeld, zodat alle scherpe randjes bedekt zijn. Ik gebruik geen patronen of andere voorbeelden en moet daarom steeds zelf nadenken over hoe ik het aanpak. Het voordeel hiervan is wel dat ik de jurk helemaal kan vormen naar mijn idee.

Voor de rok zal ik vijf taps toelopende schilderijtjes van vogeltjes gebruiken. Ik heb er uiteindelijk zes gemaakt, omdat ik over een niet tevreden was. Er zit geen marge om de schilderijtjes, dus dat wordt nog spannend.


De volgende stap is het maken van een groot schilderij om deze vervolgens in stukken knippen en met de hand op het geraamte te naaien. Dit zal een schilderij worden van de Camperdown Elm.
Ik heb twee kleintjes gemaakt en ik ben weer wat gaan twijfelen aan deze aanpak. Over de kleuren ben ik wel tevreden, maar als ik ze in stukken moet knippen, blijft er van het beeld weinig over. Misschien moet ik een nieuw doek al in de juiste vormen knippen en dan gaan schilderen, zoals ik met de vogels heb gedaan.



woensdag 11 december 2013

open je ogen

"Open je ogen." Ik staar recht in de ogen van Sandrien. Ze was vanochtend naar Washington vertrokken. Ik begrijp het niet, maar ze heeft een dienblad vast waarop twee cannoli's liggen. Ik eet de stukjes chocola van het uiteinde. "Het was door de sneeuw", zegt ze. Ik val weer in slaap.
"Open je ogen." Sandrien is er weer. "Ik ben beter.", zeg ik.
"Kom in de sneeuw." Ik kleed me zo dik mogelijk aan en loop de sneeuw in. Ik loop als een pasgeboren veulen. Ik ben nog ziek, denk ik. Er staat een spierwit gebouw. Guggenheim. De vloeren lopen scheef en in het trapgat draait het duizelig naar beneden. Schreeuwerige teksten. "THESHOWISOVERTHEAUDIENCEGETUPTOLEAVETHEIRSEATSTIMETOCOLLECTTHEIRCOATSANDGOHOMETHEYTURNAROUNDNOMORECOATSANDNOMOREHOME"
We gaan naar huis.
De Italianen zijn aan het koken. Ze maken een grote toren van vlees. Andere gasten komen binnen. Een jazzdrummer. Een beroemde acteur. Een meubelmaker. Een architect. Een kunstenares.
Eerste gang risotto. "Sandrjèn, tradurre..." Tweede gang pasta. "Sandrjèn, bellissima!" Derde gang cotoletta alla milanese. De toren van vlees. "Sandrjèn!" Vierde gang Sfogliatelle. "Gaaike! Sei molto fortunato... Sandrjèn è fantastica!"
Ik eet zoveel ik kan en herinner me dat ik ziek ben. Ik duik weer in bed.
Er aait iets over mijn gezicht. Ik word wakker. Kijk recht in de ogen van Casper, de kat. Hij beweegt voorzichtig zijn poot over mijn wang. Het is de volgende dag. Ben ik beter?
Lex is er. Hij heeft koekjes mee, met zout op de bovenkant. "We waren in het Guggenheim.", zeg ik. "Er waren schilderijen met teksten en soms met een enkel woord erop. We begrepen er niets van."
"Die kunstenaar krijgt wel erg veel eer voor zijn werk, maar toch kan zijn werk in de juiste context wel betekenis hebben. Mensen denken tegenwoordig dat ze het recht hebben alles te begrijpen, maar je moet vaak moeite doen om iets te begrijpen." "Het is toch vreemd dat het in een museum hangt naast werk van Picasso, Vuillard etc." "Misschien moet je niet op de manier naar zijn werk kijken, zoals je bijvoorbeeld naar een Rembrandt kijkt. Misschien moet je zo kijken, zoals je kijkt naar het werk van de vergeten leerling van Rembrandt."
Het gesprek gaat plotseling over wat kunst is.
"Jij bent geen Rembrandt, of tenminste, dat zul je nooit weten. Dat weten we pas over honderd jaar. Het heeft dus geen zin om je iets aan te trekken van wat mensen zeggen. De kunstenaars die we nu als grote kunstenaars beschouwen, maakten hun schilderijen niet met het doel dat andere mensen ze mooi zouden vinden. Als je voor anderen wil schilderen, moet je dat doen, maar dat beschouw ik niet als kunst. En als je nu schildert, wil ik zien dat je Francis Bacon hebt gezien. Hij heeft de kunst veranderd, zoals Picasso dat eerder heeft gedaan. Maar je moet vooral doen wat je leuk vindt. Ik maak zelf wel onderscheid in kwaliteit, omdat ik mijn tijd niet wil verdoen met werk dat me niet verder kan helpen." Zoiets zei Lex.
Ik voel me weer ziek. Mijn borst doet pijn van het hoesten. Ik kruip diep onder de dekens. Ik zie Sandriens rug. Ze zit gebogen over haar laptop te werken. Ik dommel weg.
Ik zie Sandriens rug. Ze is nog aan het werk. Ik val weer in slaap.
"Open je ogen."

dinsdag 10 december 2013

Wat is dit voor wereld, waarin wij niet leven?

(de gebeurtenissen uit dit blog zijn nog van voor ik ziek was)

We vonden onszelf opeens op een feestje met de New Yorkse hippe mensen, die wodka dronken met een partje limoen, zoals wij, of drugs gebruikten, zoals onze gastvrouw, die we de rest van de avond niet meer terugzagen. Het was in een klein, vierkant danszaaltje, waar op alle muren hallucinerende clips werden geprojecteerd. De zaal was volgestouwd met mensen die niet dansten. Althans, ze deden een stoelendans, want we moesten telkens weer plaatsmaken voor grote volksverhuizingen. Het leek wel alsof iedereen met iedereen wilde praten.
Het feest was een lancering van een nieuw album van een band waar ik de naam van ben vergeten. Het was een jaren tachtig beat, met synthesizer en een zangeres met een te kort rokje, die niet kon zingen. "Dat zie je tegenwoordig overal.", zei Sandrien, met zoveel mogelijk minachting. We zijn halverwege weggegaan.
De volgende dag naar Moma PS1 (public school no1). Er waren twee lezingen over wiskunde en liefde, of eigenlijk ging het over de wiskunde en kunst. De eerste lezing was van een wiskundige die iets te graag naar zichzelf luisterde. Hij had een verhaal over hoe de wiskunde nieuwe abstracties opende voor de kunst. Ik kan me in principe bijzonder vinden in deze algemene stelling. Tijdens mijn geschiedenisstudie heb ik aan een essay gewerkt over de manieren waarop de uitvinding van het lineair perspectief kunstenaars instaat stelden op een abstracter niveau te werken, in plaats van dat ze daardoor dichter bij de werkelijkheid kwamen. Ik weet niet of ik deze gedachte ooit helder heb verwoord, maar deze wiskundige kon in elk geval geen enkele gedachte helder verwoorden. Gelukkig werd de tweede lezing gegeven door een kunstenaar, Laurent Derobert, die de liefde had verbeeld in wiskundige formules. Het klinkt wat gemakkelijk, maar het was knap en interessant gedaan.
Na de lezingen, moesten beide sprekers met elkaar in discussie, en tot mijn verbazing nam de wiskundige, die nog niets zinnigs had gezegd, steeds het woord, terwijl de verlegen, maar interessante kunstenaar, die bovendien het Engels niet volledig machtig was, niet eens de kans kreeg iets te zeggen. Zelfs de gespreksleider, Peter Coffin, die Escherachtig werk maakte, maar dan ruimtelijk, had meer te zeggen dan de verwaande kwast die op de spreekstoel zat. We zijn halverwege weggegaan en na een expositie van werk van Mike Kelley te hebben bekeken, kwamen we terug in de koepel waar de lezingen waren gegeven.
Er stonden door de ruimte verspreid zitkussens waarop nog een handjevol mensen zaten of lagen. Deprimerende, elektronische muziek klonk uit de boxen, terwijl er hallucinerende videoclips op de wanden van de koepel werden geprojecteerd.
"Wat is dit voor wereld, waarin wij niet leven?", riep Sandrien uit.
Op dat moment beklom een te dikke, zwarte jongen, in kaki korte broek met spierwitte kniekousen, het podium. Hij begon uit het niets te zingen, met zo'n mooie hoge stem, dat het niet uitmaakte dat hij af toe een beetje vals was. We veerden op en staarden hem met open mond aan. En daar waren plotseling de dansbewegingen. Hij maakte alleen wat kleine bewegingen met zijn enkels, maar zo soepel. Na het lied, liep hij weg.
Wij voelden ons weer thuis.

Ziek

Ik schuifel over de houten vloer. "Are you sick", vraagt Aliya. "Yes, I think I am." Sandrien was ook ziek geworden, maar bij haar was het snel over geweest, terwijl er bij mij maar geen einde aan kwam.
Ik lig nu een dag en twee nachten in bed. Het grootste deel van de tijd slaap ik. Sandrien is overdag druk aan het werk en als ik iemand de trap op hoor komen, denk ik dat zij het is. Het is steeds de huisbaas, die "Maestro, maestro!" roept. Zo noemt hij de Italiaanse ingenieur, die stug door blijft werken aan zijn ontwerpen voor een universeel systeem voor keukenkastjes.
Dan lig ik weer even wakker en staar ik naar het plafond of naar de muur. Er gebeurt zoveel in deze ruimte. Al die geïmproviseerde constructies. Aan elk onderdeel lijkt een groots idee vooraf te zijn gegaan, maar tegelijk is alles half af. Het lijkt het werk van iemand met grote concentratieproblemen. "Maestro, maestro! Quando andiamo al cinema?", roept de huisbaas. De ingenieur gromt wat en werkt door. 
In deze drukke ruimte, hangt een schilderijtje van mij. Er zou een lijst om moeten, denk ik bij mezelf en tegelijk denk ik aan alle schilderijen die ik op deze reis ben tegengekomen, die juist uit de lijst probeerden te breken. We kregen laatst een rondleiding door het atelier van Nicola Lopez, een kunstenares die erg sterke werken maakt waarin ze architecturale elementen als in een collage samenvoegt. Ze vertelde dat ze in het Guggenheim en in het Metropolitan exposeerde, maar dat ze nog steeds moest lesgeven om rond te komen. Haar werk in het Metropolitan bestond uit schilderijen die uit hun lijst braken.
Een baby huilt. Een vreemd geluid.
Het is maar een voorbeeld. Ik heb zoveel werk gezien, schilderijen met gaten waardoor de muur zichtbaar werd, schilderijen met veelvormige lijsten etc. Je krijgt de indruk dat het meer een modetrend is, dan een artistieke ontwikkeling.
Ik denk zelf dat het al moeilijk genoeg is om controle te hebben over de ruimte binnen het kader. Misschien zal ik ooit in de toekomst installaties maken, maar ik kan me nu moeilijk voorstellen dat ik op een gegeven moment denk, dat het schilderij me teveel beperkingen oplegt. Tot nu toe zijn de mogelijkheden die het schilderij biedt, nog steeds te groot geweest.
De baby huilt weer. Ik wist niet dat er een baby was.
Dan heb je ook nog het ruimtelijke werk, dat je vaak in galeries ziet, dat een duidelijke functie lijkt te hebben: de kunstenaars plakken een of ander lint tegen de muur, of ze schrijven diepzinnige woorden in het trapgat, zodat de toeschouwer van het ene schilderij naar het andere wordt geleid. Misschien denken de kunstenaars wanneer ze dit doen, dat ze de grenzen van de kunst opzoeken, maar in wezen beperken ze zich tot binnenhuisarchitectuur.
Ik hoor Casper de kat miauwen. Als hij miauwt klinkt het net alsof er een baby huilt.
Misschien ben cynisch geworden, doordat ik te lang ben opgesloten in deze kleine ruimte. Het wordt tijd om uit bed te gaan.
"Maestro, maestro!" Ditmaal is het de vrouw van de ingenieur. "Andiamo, subito!" De ingenieur gromt wat. "Subito, subito!" Hij gromt nog steeds. "No, no. NOW!"
Later vertelt Sandrien dat de ingenieur beneden was gekomen en had gezegd: "Ok, ik ga mee, maar ik wil ook een keer naar de film van de gebroeders Coen." Waarop de huisbaas had gezegd: "We gaan ook naar de film van de gebroeders Coen, ik heb de kaartjes al!" "Naar de gebroeders Coen? Waar wachten we dan nog op?! Laten we gaan!"

vrijdag 6 december 2013

Bijna dakloos

Ik werd vanochtend wakker en ik liep naakt over een trap, gemaakt van twee tafels, een stoel en een bureau, van de hoogslaper naar beneden. Er hingen geen gordijnen voor het raam en precies aan de andere kant van het raam op het dak stond een stoel. Er zat niemand op de stoel, maar toch voelde het wat ongemakkelijk. Nu ik dit schrijf loopt er een man over het dak. Hij roept iets naar beneden.
We hebben de afgelopen dagen in een trailer geslapen en nu dus in deze kamer. We waren eigenlijk van plan om op een plek te blijven, maar onze vorige huisbazin heeft ons uit haar huis gegooid.
Dat kan dus zomaar gebeuren en heel even waren we midden in New York, zonder dak boven ons hoofd. Sandrien had voor mijn aankomst een aardig meisje leren kennen, dat werkte in een soort kunstenaarscommune/hostel. Zij zei dat we meteen konden komen.
De plaats waar we nu verblijven, is bijzonder vreemd. Vanochtend opende ik een keukenkastje en er vielen een pan, even later nog een pan en ten slotte een enorme rat uit. De rat was onmiddelijk verdwenen. Het is niet moeilijk voor te stellen dat hij ergens in de muur kon schieten, want de hele constructie van het gebouw is geïmproviseerd. Er is daardoor overal iets te zien. Op de wc bestaat de vloer uit bierdoppen en uit het ronde houten plafond, steken een stuk of tien lampen. De woonkamer en eigenlijk elke ruimte is volgestouwd met antieke voorwerpen. Er is ook een doorgang naar een doka en naar een fotostudio. Daar worden Daguerreotypes geschoten.
De huiseigenaar is een zeer knappe vent van rond de dertig, die het liefst in driedelig pak loopt. Hij legde mij eergisteren uit hoe ik een lp kon afspelen op een platenspeler die je moest aanzwengelen en waarvan je om de twee platen de stalen naald moest vervangen. Hij spreekt net als Sandrien Italiaans met twee andere gasten, een kunstenares en een ingenieur. Ik heb de kunstenares mijn werk laten zien en Sandrien vertaalde dat ze ze erg interessant vond, maar wel wat nauwkeurig. Haar eigen werk bestond uit enorme asfaltschilderijen en erg zwaarmoedige, maar indrukwekkende installaties.
Lex voelde zich niet echt op zijn gemak in deze drukke omgeving: “Your room is like a ship.” Hij heeft een tijdje naar mijn schilderijen staan kijken en zei toen dat hij het schilderij van de bomen met het gebouw erachter het best vond. De manier waarop ik het gebouw suggereerde en de manier waarop de kleurvlakken met elkaar samenwerkten, vond hij goed. Ik moest er niets meer aan doen.
Het schilderij waar ik nu aan werk, van een grote boom met daarvoor een half vergaan gebouw, waarvan het dak bijna volledig is ingestort, was een ander verhaal. De zwart-witcompositie was goed, maar het was allemaal zo ingevuld en er gebeurde zoveel, zonder dat er een werkelijk idee achter zat. Ik zei dat ik het mooi had gevonden, hoe het gebouw een soortgelijke structuur had gekregen als de boom en er daarom haast deel van uit ging maken. “Yeah, but it’s not doing that at the moment. Like this red colour. I see it now, but I didn’t see it immediately. You've got to think about every brushstroke.” Ik had dat bij mijn vorige schilderij gedaan, maar deze had ik te snel geschilderd. Nu ga ik maar weer even iets anders doen.
In de supermarkt in de buurt lezen de caissières tijdens hun werk boeken. Ze halen de producten over de blieper en duiken vervolgens weer in hun boek. Schilderen is absoluut niet zulk geestdodend werk, maar het is toch fijn om af en toe de gedachten te verzetten.

donderdag 5 december 2013

The Camperdown Elm

Te midden van alle drukte in Manhattan bevindt zich het Central Park. Als je door het Central Park loopt, kun je plotseling omringd worden door kardinaalvogels en eekhoorntjes en je in de Walt Disney verfilming van Sneeuwwitje wanen, maar vaker ben je omringd door andere mensen. Brooklyn heeft eigenlijk een veel mooier park: het Prospect Park.
Gisteren liep ik doelgericht, over het ravine, een smal pad door het enige bos van Brooklyn, langs de long meadow, een uitgestrekt heuvellandschap, naar de Camperdown Elm. Ik had hem een dag eerder ontdekt en was meteen gefascineerd. De boom heeft bijna horizontale takken en hij leunt op een grote houten wandelstok. De takken hebben allerlei kronkels en knobbels.
New York heeft zoveel te bieden en ik zit bij een boom, dacht ik. Ik heb nog een lange lijst van plaatsen die ik wil bezoeken, mensen die ik wil ontmoeten, en ik zit bij een boom. Misschien waren de afgelopen dagen zo vol van spannende, maar ook vervelende avonturen, dat ik nu met een boom moest praten.
Zo zat ik laatst rond een kampvuur met Sandrien en Alies, een drietal kunstenaars en twee achttienjarige meisjes die graag alcohol wilden drinken. Ik voerde een gesprek met een kunstenares, dat op z’n zachts gezegd moeizaam verliep. ‘What kind of art do you make?’ had ze gevraagd en bij mijn antwoord fronste ze haar wenkbrauwen. ‘Painting? Why do you bother in this time?’ Ik zei dat een schilder een directe relatie met zijn materialen heeft. Verf kun je kneden met je handen en het is daarom een directer, of eerlijker medium dan bijvoorbeeld de computer. ‘Yeah, but I mean, like, why an object? I studied art at Yale university, it’s like the best university, you know. And attention is the new medium. Painting is like… why? Why do you make paintings?’ Ik had weinig zin om die vraag te beantwoorden en werd gelukkig van haar bevrijd door een andere kunstenaar.
Hij had ons gesprek niet gehoord, maar kwam toevallig in dezelfde discussie met haar. ‘You should have some respect for people that make something, that do something. You just talk talk talk. You write a book about art, but you don’t know what art is. Art is the relationship between an artist and his materials. Art is talking to the metal. It is talking to the tree.’
‘But your recent art is all about attention. It is really good.’
Hij keek treurig en vermoeid uit zijn ogen, alsof hij volledig gedesillusioneerd was. Vervolgens liep de discussie enorm uit de hand, maar vanaf dat moment was het ook niet interessant meer.
Ik kan beter praten met een boom, al kan hij niet terug praten. Ik las het bordje dat aan het ijzeren hek van de gekooide boom hing.
Er stond dat de Camperdown Elm gegroeid was uit een tak van een iep op het landgoed van de graaf van Camperdown in Schotland. Het is dus een perfecte kopie en wel een van de weinige nog bestaande kopieën van deze ene iep in Schotland. Wat vrij uniek is aan de Camperdown Elm, is dat deze zich niet uit zichzelf kan voortplanten. De graaf van Camperdown kon, of heeft zich ook niet voortgeplant. Ik vind het een mooie gedachte dat de graaf aan het einde van zijn leven in deze boom is veranderd, waardoor hij niet alleen het eeuwige leven kreeg, maar zelfs meerdere levens op verschillende plaatsen in de wereld.
De boom heeft meer zorg nodig, dan de meeste bomen en in de jaren zestig stond de iep in Prospect Park op het punt om omgehakt te worden. Ratten hadden holen gegraven in de stam. De boom werd gered door een gedicht van een bekende dichteres uit Brooklyn, Marianne Moore.
Kunst heeft de boom gered. Terwijl ik schetsen maakte, zag ik een andere man zeker een kwartier naar de boom staren. Misschien ben ik toch niet gek.

maandag 2 december 2013

are you a Jew?

Deze dagen is Alies, een vriendin van Sandrien, in New York en we hebben samen wat tijd doorgebracht. Alies wou graag naar een gospeldienst, dus vanochtend ging ik voor het eerst in een lange tijd weer eens naar de kerk.
Voor de kerk stond een jongen die chocolademelk uitdeelde. Hij schudde ons meteen de hand en heette ons welkom. We konden hem moeilijk verstaan, omdat uit luidsprekers gezangen en oproepen om naar binnen te gaan, schalden.
Dus wij gingen naar binnen.
Het koor was erg goed, al kon ik wat moeilijk wennen aan zinnen als  'our God is the best'  die bovendien minutenlang herhaald werden.
Een van de zangers probeerde het publiek op te zwepen. Hij zong: 'Put your hands together.'  Of: 'Come on, make some noise.'  Of: 'Put your left hand in the air, reach for God.'
Het deed Sandrien en mij sterk denken aan een MC, die voor rappers de boel aan elkaar praat.
Ik zat laatst in de metro vlakbij een jongen en een meisje die aan het rappen waren. Het meisje droeg eerst een rap voor die ze op een papiertje had geschreven. Het was een wat sentimentele tekst, met veel seksueel getinte metaforen. 'Very good', zei de jongen: 'I loved the part where you said ******.'
Het is zonde dat ik de metafoor ben vergeten, want hij was wel goed en vooral erg grof.
'Let's do freestyle.' Zei de jongen. Hij begon uit zijn hoofd te rappen, terwijl het meisje in haar handen klapte. 'Let's pray every day, god is great, love don't hate, pray to the lord…' Het meisje keek hem even vreemd aan en riep toen: 'What's up with the JESUS?'
De dienst in de kerk ging over de apostel Paulus en over Apollos, twee van de eerste joden die zich tot het christendom bekeerden en het geloof gingen verspreiden. Apollos had in eerste instantie een andere versie van het christendom.
De dominee richtte zich nu op de vraag hoe je weet of je de juiste versie van het christendom hebt. De meeste mensen nemen de ideeen over van de kerk waarin ze zijn opgegroeid en dat is raar, want je had net zo goed in een andere variant van de kerk geboren kunnen worden. Ik had niet zulke vrijzinnige opvattingen verwacht in deze kerk. Overigens vond de dominee wel dat je christen moest blijven, al kun je tenslotte ook als moslim of jood geboren worden.
In de metro later die dag kwam een oude orthodoxe jood naar me toe. Hij vroeg: 'Are you a Jew?' Ik antwoordde ontkennend, waarop hij zijn excuses aanbood en weer wegliep.