zondag 24 november 2013

Wachten op Gondry

Koffie. Worstjes, ei, spek. Klaar. Naar de metrohalte. Wachten op de G-trein. De G-trein komt van alle metrotreinen het minst vaak langs, maar het is de enige trein die langs onze wijk, Greenpoint, komt. Dus wachten op de G-trein is inmiddels onderdeel van het ochtendritueel geworden.
We gaan naar Chelsea. Deze wijk heeft zoveel galeries, dat ik, als we erdoorheen lopen, het idee heb dat ik Sint Maarten loop. Bij elke deur is het afwachten wat we krijgen.
Lex Braes had ons de werken van Bruce Marden, Jake Berthot en Rosemarie Trockel aangeraden. Marden heeft grote zwarte grafiettekeningen, met zulke dikke lagen grafiet dat ze een metaalachtige glans hebben. Berthot maakt zware, nachtelijke landschappen, maar heel lichte stillevens. Trockel heeft verschillend werk. Midden in de galerie staat een bank van roestig ijzer, dat precies op oud leer lijkt, met daarover een plastic zeil, als om het leer te beschermen. Ze heeft ook abstracte kunstwerken die, als we ze van dichterbij bekijken, van wol blijken te zijn gemaakt.
Naast deze kunstenaars spreken Tony Scherman en Jenny Morgan me aan. Scherman heeft een erg klassieke manier van schilderen, maar zijn portretten zijn zo groot dat ze het doek van meer dan een m2 volledig vullen. Op deze manier kun je de toets van de kwast erg goed zien.
Morgan werkt erg fotorealistisch, maar zet hier dan bijvoorbeeld met zwarte transparante verf een laag overheen, die ze dan op sommige plekken weer weghaalt.
Al deze kunstenaars hebben gemeen, dat ze de technische mogelijkheden van de materialen waarmee ze werken, verkennen. Zelfs als de onderwerpen me niet zo interesseren, denk ik dat ik hier veel van kan leren.
’s Avonds gaan we naar Is the man who is tall happy? van Michel Gondry (regisseur van bijv. Eternal sunshine of the spotless mind), met na afloop een interview met de regisseur zelf. We moeten een half uur van tevoren ons kaartje ophalen en moeten vervolgens in de rij staan, buiten, in de kou. We begrijpen eigenlijk niet waarom we in de rij staan en als we een half uur later bibberend naar binnen gaan, begrijpen we het nog niet. Iedereen heeft een kaartje en iedereen heeft een stoel, dus er was geen reden om in de rij te staan, maar er was nu eenmaal een rij.
De film is fantastisch. Het is een geanimeerd (in beide betekenissen) gesprek tussen Gondry zelf en Noam Chomsky. Chomsky legt uit dat er geen werkelijk verband is tussen woorden en objecten uit de werkelijkheid. Als we een boom een boom noemen, verwijzen we met dat woord boom niet naar het object boom, maar naar een psychische continuïteit die wij aan de boom toekennen. Als we een tak van de boom nemen en daaruit precies dezelfde boom laten groeien, dan is dit voor ons een andere boom. Maar als de boom om de een of andere reden in een kikker verandert, dan is het nog steeds dezelfde boom, in de gedaante van een kikker.
De animaties van Gondry zijn ongelooflijk creatief en fantasierijk. Het interview met hem stelt vanwege het type vragen niet zoveel voor en het voornaamste wat ons bij blijft is het feit dat hij zijn jasje scheef heeft dichtgeknoopt. Dat alleen al maakt het het natuurlijk absoluut de moeite waard.

We moeten weer overstappen op de G-trein naar huis en ’s avonds gaat hij nog minder vaak. We zullen de komende weken nog wel veel tijd kwijt zijn met wachten. Mijn schetsboekje komt wel vol.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen