maandag 25 november 2013

Fake or real?

In het huis waar wij wonen, woont ook een hond. In New York zie je overal waar je gaat de hond-in-de-handtas en dit is zo’n hond. De eigenares noemt hem een toypoodle en we vermoeden dat ze daadwerkelijk denkt dat hij niet een echte hond, maar een stuk speelgoed is. Ze zei tegen ons dat alle honden nou eenmaal een vreemde fixatie hebben en dat dit beest teveel gehecht is aan bepaalde mensen. Als ze weggaat, begint de hond namelijk te blaffen en te huilen. Of het werkelijke probleem is dat het beest haar mist, of dat hij niet mag blaffen als ze er wel is, of dat hij hooguit een keer per dag wordt uitgelaten, weten we niet. Maar daar liep ik vanochtend met de hond langs de East-River. Ik rende een stukje en de hond rende mee en plotseling veranderde dat mormel heel even in een echte hond, ondanks zijn roodleren jasje en zijn hanenkam.
Zo’n ochtendwandeling is een goed moment om na te denken en ik probeerde me te herinneren waar ik het met Lex de avond tevoren over had gehad. Ik had hem mijn website laten zien en een overzicht van de kunstenaars die me inspireren. Hij vond dat ik langer door moest werken aan mijn schilderijen, iets wat ik niet voor het eerst hoorde, maar hij gaf er voor het eerst een reden voor die ik begreep. Hij zag dat sommige schilderijen voortkwamen uit een bepaalde stemming, maar het schilderen moest volgens hem volledig zelfbewust zijn. Een schilder moet net zolang doorwerken tot hij elk onderdeel van het schilderij onder controle heeft. Het is moeilijk om daarbij de spontaniteit niet verloren te laten gaan, maar ‘it is supposed to be hard!’
Ik ging aan het werk met dit in mijn achterhoofd. Niet op witte paneeltjes. Eerst maar eens degelijke ondergrondjes prepareren. Ik dekte de vloer af met The New York Times en terwijl de acrylverf droogde, las ik een artikel over een Jackson Pollock, of was het geen Jackson Pollock?
Pollock maakte in de jaren vijftig grote schilderijen, door er verschillende lagen verf overheen te gooien, een techniek die dripping heet. Hij was een alcoholist en hij eindigde in een auto-ongeluk. Na zijn dood voerden zijn vrouw en zijn minnares strijd over een van zijn schilderijen. Dit werk dat hij volgens zijn minnares als een liefdesbrief voor haar had geschilderd, was volgens zijn vrouw een vervalsing.
Beide vrouwen zijn inmiddels ook gestorven, maar de strijd is nog niet voorbij. Nu staan aan de ene kant de experts, de kunstconnaisseurs en aan de andere kant forensische detectives. De eerste groep beweert dat het schilderij onmogelijk een Pollock kan zijn, omdat het niet overeenkomt met diens stijl. De detectives beweren echter bewijs te hebben gevonden dat het schilderij een Pollock is, te weten een haar van een ijsbeer die men zorgvuldig uit de verflaag heeft gepeuterd. In het huis waar Pollock schilderde lag een tapijt van ijsberenvacht.

Uiteindelijk weten we nog niet of hij echt is of niet. Wat we wel met zekerheid kunnen zeggen is dat mijn schilderijtje een kopie is van een zelfportret van Helene Schjerfbeck. Lex dacht dat ik hier wel eens veel aan zou kunnen hebben, voor mijn schilderijen, omdat zij absolute controle heeft, dus ben ik het maar gaan naschilderen. Het is een werk in ontwikkeling, en ik zal er deze keer wat langer aan doorwerken.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen