maandag 7 oktober 2013

Twee schilderijen

In dit blog zal ik tijdens mijn kunstproject in New York over mijn belevenissen en ontwikkeling schrijven. Het is lastig om over het schilderproces te schrijven, zonder woorden als mooi en leuk, of woorden als kleurtoon en monumentaliteit te gebruiken. Van mijn vroegere van oorsprong Chinese docente Juane Xue heb ik geleerd dat het veel duidelijker is, wanneer je naar nieuwe manieren zoekt om je uit te drukken: ‘Je hebt een paar knikkers. Daarmee kun je gaan knikkeren. Dat is als naar een foto schilderen. Je kunt ook naar de winkel gaan en nieuwe knikkers kopen. Dat is als naar de werkelijkheid schilderen.’ Om deze reden en omdat ik in Nederland ook elke dag met schilderen bezig ben, zal ik alvast wat recente schilderijen bespreken, zodat ik op 15 november ‘de juiste toon’ heb gevonden.
Ik zal de komende dagen ook berichten plaatsen waarin ik wat meer vertel over de tegenprestaties voor donaties aan mijn project en over wat voor voordelen er nog meer zitten aan het steunen van mijn project. En ik wil iedereen bedanken die al heeft gedoneerd!

De twee schilderijen waar ik nu wat meer over wil vertellen, zijn beide bijna voltooid, maar ze zijn totaal verschillend van benadering en aanpak en daarom wel interessant om na elkaar te bespreken. De ene is een portret van Jean Pierre Rawie dat ik naar foto heb geschilderd, de andere een portret van mijn muze Sandrien, dat ik naar werkelijkheid heb geschilderd. Hieronder staan foto’s van beide schilderijen.



Het moeilijkste van het schilderproces is misschien wel dat het schilderij elk moment dat je stopt en afstand neemt, af moet zijn. Stel dat je een oude weegschaal hebt waarop je aan beide kanten steeds wat gewicht toevoegt en dat er plotseling een man binnenkomt die heel hard stop roept en dat de weegschaal dan perfect in evenwicht moet zijn. Ja, ik ga in dit blog wat van je voorstellingsvermogen vragen. Maar ik hoop dat je nu begrijpt dat het me niet helemaal gelukt is. In beide schilderijen is de achtergrond nog in een eerder stadium dan de rest, maar daardoor kun je wel goed zien hoe ik de schilderijen opbouw.
Het schilderij van Rawie is vanuit vlakken opgebouwd, dat wil zeggen dat ik ben begonnen met grote eenvormige vlakken die ik met bijna ongemengde kleuren volledig heb ingekleurd. In dit stadium leek het alsof ik geïnspireerd was door Mondriaan, al had hij ernstig gefronst bij de hoeveelheid rood die ik gebruik. En waar niet meer bij, maar de arme man leent zich goed voor vergelijkingen.
Deze grote vlakken heb ik opgedeeld in kleinere, minder geometrische vlakken, beginnend met de donkerste. Van donker naar licht werken is gebruikelijk bij een olieverfschilderij, maar ik had voordat ik begon ook een idee, dat ik de schaduwen in elkaar wou laten overlopen tot spookachtige onduidelijke vormen. Het was doordat ik bepaalde stukken, bijvoorbeeld bij de stoel, vanuit dit idee zo interessant vond, dat ik daar meer aandacht aan heb besteed dan aan de rechterzijde van het schilderij.

Het tweede schilderij is niet opgebouwd vanuit vlakken, maar vanuit de tekening. Ik heb eerst een houtskooltekening gemaakt en ben vervolgens daarin verder gaan tekenen met oliepastel. Een tekening bestaat over het algemeen meer uit lijnen, terwijl een schilderij meer uit vlakken bestaat. Lijnen kunnen de grenzen tussen vlakken aangeven, maar ze kunnen ook andere informatie geven. In een tekening begin ik vaak met compositielijnen. Dit zijn lijnen die aangeven hoe ik het beeld op het vlak wil hebben. Ze geven richtingen aan en bepaalde ritmes, dat zijn richtingen die zich herhalen.
In dit geval was de compositietekening een grote vorm (probeer er maar eens een gekantelde driehoek/ruit in te zien), van zich herhalende diagonalen, die als het ware gevangen zit binnen het vlak. Het eerste schilderij heeft een driehoekscompositie: je kunt in de figuur van Rawie een driehoek herkennen, gevormd door de lijn van zijn wandelstok die doorloopt in het colbert en de lijn langs zijn rug naar de schaduw op de muur. Er zit alleen nog veel ruimte omheen. Deze ruimte zorgt ervoor dat je afstand neemt tot het onderwerp. Het schilderij van Sandrien is dus veel intiemer: het onderwerp komt dichterbij.
Ik denk dat je schildert met je ogen en niet met je handen. Daarmee bedoel ik dat het belangrijkste van schilderen is dat je op een analytische manier naar de werkelijkheid kunt kijken. Dit analyseren is geen kille, saaie bezigheid. Van Gogh beschrijft het mooi in zijn brieven. Kijken kan heel intensief zijn!
Ik dwaal verschrikkelijk af, want wat ik wou zeggen was dat naar mijn idee de hand (het materiaal) altijd in dienst staat van het oog. In dit schilderij was het materiaal echter niet zo gehoorzaam. Ik tekende met oliepastel, verdunde dat vervolgens met terpentine en mengde het met olieverf. Wie dit ooit heeft geprobeerd, weet wat een worsteling dat is!
De transparantie, of doorzichtigheid die ontstond uit de worsteling, paste eigenlijk wel goed. De zware rode en bruine tinten uit het schilderij van Rawie zouden in dit beeld misplaatst zijn. De transparantie geeft juist een helder, fris gevoel. Een voordeel van naar de werkelijkheid werken, is dat je veel meer informatie over bijvoorbeeld kleur kunt zien, waardoor het makkelijker is om dit om te vormen naar je eigen werkelijkheid.
Als je benieuwd bent naar de voltooide schilderijen, kijk dan over ongeveer een week op mijn website: www.gaaikeeuwema.nl
Laat me ook weten of ik in het vervolg een minder uitgebreid, of uitgebreider, eenvoudiger, of diepgaander blog moet schrijven. Ik doe dit voor het eerst, dus alle tips zijn welkom!

1 opmerking: